Ga naar: navigatie, zoeken

Egypte

Egypte

1. Koninkrijk in het noordoosten van Afrika gelegen langs de Nijl. Alhoewel de oudste voor ons beschikbare bronnen stammen uit het late 4e millennium, komen Egyptische munten eerst in het midden van de 4e eeuw v.Chr. voor, toen men gouden en koperen munten sloeg om Griekse huursoldaten mee te betalen. Ook daarvoor al moeten vooral Atheense zilveren munten in Egypte gebruikt zijn in het kader van de buitenlandse handel.

Eerst na de verovering van Egypte door Alexander de Grote in 332 v.Chr. kwam gemunt geld steeds meer in gebruik; (Griekse muntslag). Na de dood van Alexander (323 v.Chr.) werd Ptolemaeus, één van zijn generaals, heerser over Egypte en in 305 v.Chr. riep hij zich uit tot zelfstandig koning. De dynastie der Ptolemaeën zou duren tot 30 v.Chr. Deze heersers streefden bewust economische en monetaire isolatie van Egypte na. Om het geld binnen hun grenzen te houden, verlieten ze in 310 v.Chr. de Attische muntvoet (Attische standaard) en verlaagden ze het gewicht van de Egyptische tetradrachmen van 17,2 gram tot 15,7 gram.

Tijdens de grootste bloeiperiode in de 3e eeuw v.Chr. sloeg men, naast de meer gebruikelijke denominaties, gouden oktadrachmen (8 drachme, ca. 28 gram) en zilveren dekadrachmen (10 drachme, 30-34 gram). Vanaf ongeveer 250 v.Chr. werd zeer groot en zwaar kopergeld uitgegeven waarvan de nominale waarde gelijk was aan de intrinsieke waarde. Op de vz is Zeus-Ammon afgebeeld, op de kz een adelaar. Op de gouden en zilveren munten staat meestal het portret van de regerende vorst, soms echter het portret van Ptolemaeus I, de stichter van de dynastie. In de 2e eeuw v.Chr. raakte het rijk in verval en werden de munten steeds kleiner en lichter, tot Egypte in 30 v.Chr. onder Romeins gezag kwam. muntheren Ptolemaeus I als regent 323-305 v. Chr. als koning 305-285 Ptolemaeus I en II285-282 Ptolemaeus II282-246 Ptolemaeus III246-222 Ptolemaeus IV 222-205 Ptolemaeus V205-180 Ptolemaeus VI180-145 Ptolemaeus VI t/m Ptolemaeus XII 170-51 Cleopatra VII51-30.

Vanaf die tijd tot aan de munthervorming van Diocletianus in 294 na Chr., werden op naam van de opvolgende keizers drachmen en vooral tetradrachmen geslagen van steeds lager wordend zilvergehalte, en tenslotte van koper. De drachme werd gelijkgesteld aan de Romeinse sestertius, de tetradrachme aan de denarius. De Egyptische munten hadden een heel eigen karakter en waren veel dikker dan de elders in het Romeinse rijk geslagen munten. Men duidt ze tegenwoordig aan als Alexandrijnse munten. Na de munthervorming van 294 werd Alexandrië rijksmuntstad en kregen de munten hetzelfde uiterlijk als elders in het Romeinse rijk.

Rond 500 vond een nieuwe munthervorming plaats onder de Byzantijnse keizer Anastasius. Naast de normale denominaties van het Byzantijnse rijk sloeg men in Egypte drie afwijkende waarden voor plaatselijk gebruik en wel 12, 6 en 3 nummia-stukken. In 639 viel Egypte in handen van de Islamitische legers en werd het ingelijfd bij het rijk der Kaliefen, waaruit het zich in 868 wist te bevrijden.

In de nieuw gestichte hoofdstad Cairo werden munten geslagen door de Fatimiden (969-1171) en de Mamelukken (1252-1517). Vervolgens kwam Egypte, net als een groot deel van Oost-Europa, onder Turkse heerschappij en werd het ingelijfd bij het Osmaanse rijk (Osmanen). De munten uit de Osmaanse tijd lijken uiterlijk op de munten uit Constantinopel en andere Turkse muntplaatsen, maar denominaties, gewichten en afwerking waren specifiek Egyptisch.

H.

2. Republiek. De basis van het moderne Egypte werd in 1806 gelegd, toen het land zich door het optreden van de Turkse stadhouder Mehmed Ali, binnen het Osmaanse Rijk kon verzelfstandigen. In 1841 werd Mehmed Ali erfelijk regeerder over Egypte en Soedan. In 1882 werd Egypte door de Britten onderworpen, hoewel de soevereiniteit van de Osmaanse sultan in Constantinopel tot aan de Eerste Wereldoorlog erkend bleef.

Op 14 december 1914 werd het land een Brits protectoraat, op 28 februari 1922 kwam aan de Britse overheersing een einde en werd het land een zelfstandig koninkrijk. In 1952 was de toenmalige koning Farouk na een staatsgreep gedwongen het land te verlaten en werd op 18 juni 1953 de republiek geproclameerd. Farouks omvangrijke muntcollectie werd door de nieuwe machthebbers geveild. Op 1 februari 1958 vormden Egypte en Syrië de Verenigde Arabische Republiek (VAR), waartoe op 8 maart daaropvolgend Jemen toetrad. In 1961 viel de VAR uiteen, hoewel Egypte de naam tot 1971 bleef voeren. Sindsdien noemt het zich Arabische Republiek van Egypte.

Evenals in de voorgaande eeuwen werd tot 1914 in Egypte gemunt op naam van de Sultans van Turkije en volgens het Turkse muntstelsel, al weken de types af van de Turkse. In 1885 werd een decimaal stelsel ingevoerd, eerst gekoppeld aan de Maria-Theresiataler, sinds 1889 aan het pond sterling: 1 pond (junayh) = 100 piasters = 1000 millièmes; ISO 4217-code: EGP. Op de munten wordt de Arabische taal en de Mohammedaanse jaartelling gebruikt. Het papiergeld is tweetalig Arabisch-Engels.

Het ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor de uitgifte van munten en muntbiljetten. De bankbiljetten worden sinds 1898 uitgegeven door de Egyptische Centrale Bank, tot 1961 de National Bank of Egypt, daarna de Central Bank of Egypt genaamd. Momenteel zijn bankbiljetten in omloop van 10, 5 en 1 pond en muntbiljetten van 50, 25, 10 en 5 piaster. De munten worden steeds meer door de muntbiljetten uit de omloop verdrongen.

Naast de gebruikelijke serie munten van 10, 5, 2, 1 en ½ piaster worden ook regelmatig herdenkingsmunten geslagen.

Sultans van Turkije

Mahmud II 1808-1839

Abd uL-Mejid 1839-1861

Abd uL-Aziz 1861-1876

Murad V 1876

Abd uL-Hamid II 1876-1909

Muhammad V 1909-1915


Vorsten van Egypte

Hussein Kamil 1915-1917

Fuad I 1917-1922 sultan 1922-1936

koning Farouk I 1936-1952 koning

W.



  • Egypte.jpg
  • Egypte 25 piaster.jpg
  • Egypte adelaar Ptolemaios V 204 180 tetradrachme.jpg
  • Egypte aswan.jpg
  • Egypte biljet.jpg
  • Egypte nasser.jpg
  • Egypte ptol IV.jpg
  • Egypte ptolemaeus III octadrachme.jpg