Ga naar: navigatie, zoeken

Gelderland, landsheerlijke periode

Gelderland, landsheerlijke periode.

Het graafschap Gelre, sinds 1339 hertogdom, ontstond in de 11e eeuw rond de burchten Wassenberg en Geldern (thans gelegen in de Bondsrepubliek Duitsland) ten oosten van Venlo en Roermond. In de 12e eeuw erfde Hendrik I van Gelre het graafschap Zutphen en kregen de Gelderse graven definitief Roermond en een deel van het land van Maas en Waal in handen.

In 1196 kreeg graaf Otto I (1182-1207) de Veluwe in leen, waardoor het Gelderse gebied enorm werd vergroot. In de 13e eeuw werd het gebied rond Venlo toegevoegd. De laatste belangrijke verwerving was de stad Nijmegen, die in 1247 door de Rooms koning Willem II van Holland verpand werd aan Graaf Otto II (1229-1271). Hierdoor kwamen het Overkwartier (Roermond, Venlo, Geldern) en de aaneengesloten gebieden in het noorden dichter bij elkaar te liggen. In 1339 verhief de Rooms koning graaf Reinald II (1326-1343) tot hertog. Zijn zoon Reinald III overleed in 1371 kinderloos.

Hij werd opgevolgd door Willem van Gulik die in 1393 ook hertog van Gulik werd. Deze personele unie duurde tot 1423. Na de dood van Karel van Gelre in 1538 ontstond een personele unie met Kleef, Gulik en Berg die verbroken werd in 1543 door de overdracht van het hertogdom Gelre aan keizer Karel V; Gulikse huis. Het oudste wapen van de graven van Gelre, gevoerd door Otto I en zijn zoon Gerard (1207-1229), bestond uit drie bloemen. Otto II voerde als eerste een leeuw op een geblokt veld. Ter gelegenheid van zijn verheffing tot hertog veranderde Reinald II het wapen: de blokjes verdwenen uit het veld en de leeuw werd gekroond en kreeg een dubbele staart.

De laatste verandering werd ingevoerd door Willem I (1371-1402) die in 1393 de leeuwen van Gelre (goud op een blauw veld) en Gulik (zwart op een gouden veld) in zijn wapen verenigde. De Gelderse leeuw met de dubbele staart werd meestal voor de toeschouwer links geplaatst. Sinds Otto II werden de titels van Gelre en Zutphen altijd samen vermeld; Vanaf de personele unie met Gulik in 1393 werden de titels van Gelre, Gulik en Zutphen gevoerd, ook na het verbreken van de personele unie met Gulik in 1423.

De eerste met zekerheid toe te schrijven Gelderse munten zijn de te Arnhem geslagen penningen op naam van graaf Gerard (1207-1229). De munten vertonen zijn naam en wapen met de drie bloemen. Mogelijk is er daarvoor aangemunt door Hendrik I en Otto I te Zutphen. Na de verwerving van Nijmegen mocht de muntmeester meestal zowel in Arnhem als in Nijmegen werkzaam zijn.

Tijdens de regering van Reinald I (1271-1326) werden er naast de tot dan toe gebruikelijke penningen sinds 1280 ook de zwaardere sterling geslagen. De Tourse groot was al in 1295 als rekeneenheid bekend, zoals uit de grafelijkheidsrekening blijkt, maar de eerste Gelderse groot en gulden verschenen pas tijdens de regering van Reinald II (1326-1343).

In de tweede helft van de 14e eeuw is het Gelderse muntstelsel in de noordelijke drie kwartieren voor de zilveren munten hoofdzakelijk gebaseerd op het Vlaamse stelsel van groot en plak. Het goud vertoont een grotere variatie, maar de belangrijkste gouden munt was de rijnse gulden, de gulden van de vier keurvorsten langs de Rijn, die in grote aantallen, maar met een lager gehalte, door Willem I en zijn opvolgers is nagevolgd. In de 15e eeuw waren dat vooral de reinaldusguldens van Reinald IV (1402-1423) en de Arnhemse of arendsguldens van Arnold (1423-1473). Het zilvergeld werd nog steeds ontleend aan de Vlaamse voorbeelden, alleen de meeuw of blenk van vier groten, ingevoerd in 1402 is als een eigen type te beschouwen. Door de sterke waardedaling van het Gelderse zilvergeld daalden de Gelderse zilveren munten, bijvoorbeeld de kromstaart, veel sterker in waarde dan de Vlaamse munten van dezelfde naam.

In het Overkwartier heerste in de 14e en 15e eeuw een afwijkend rekenstelsel, met onder Willem I (1371-1402) ook afwijkend zilvergeld.

Rond ca. 1455 werden de slechte guldens vervangen door de rijdergulden van bijna dezelfde intrinsieke waarde als de rijnse gulden.

Door de verovering van Gelre door Karel de Stoute werden in de periode 1474-1492 de algemene Bourgoundische typen aangemunt, eerst in Nijmegen en Arnhem, later vanwege de Gelderse opstand tegen het Bourgondische gezag in Zaltbommel (1483-1491) en tenslotte, om de fictie van het Bourgondische bestuur over Gelre in stand te houden, zelfs ver buiten Gelre in Mechelen (1492-1494).

Na de dood van Karel de Stoute in 1477 werd hertog Adolf uit zijn gevangenschap in Gent bevrijd, maar hij keerde niet naar zijn hertogdom terug. Hij sneuvelde nog datzelfde jaar in Bourgondische dienst. Door het tijdelijk wegvallen van het Bourgondische gezag na de dood van Karel de Stoute werd er tot 1480, mogelijk in het anti-Bourgondische Nijmegen, aangemunt op naam van Adolfs zoon Karel van Egmond die zich nog steeds in Bourgondische gevangenschap bevond.

In 1492 werd Karel uit zijn gevangenschap losgekocht en werd hij in Gelderland als landsheer gehuldigd.

De eerste zelfstandige emissie van, Karel van Egmond bestaat uit de navolging van munten met een goede naam: gouden rijderguldens van 18 karaat, in overeenstemming met de nog steeds zeer belangrijke rijnse gulden, en zilveren vuurijzers die alleen in titel en wapen afwijken van het Bourgondische voorbeeld.

In 1496 verscheen een nieuwe ordonnantie waarin Karel een eigen koers probeerde te varen door als eerste Nederlandse vorst, naar Italiaans voorbeeld, een grote zilveren munt van bijna 10 gram uit te geven: de sleper of teston. De emissie was geen succes. Wel had Karel in 1509 succes met de iets lichtere snaphaan van ruim 7 gram. In 1538, vlak voor zijn dood, trok Karel van Gelre deze lijn door en gaf hij, wederom als eerste Nederlandse muntheer, een zilveren daalder uit met een beeldenaar ontleend aan zijn snaphanen en rijderguldens. Karel van Gelre heeft in 1511 ook munten laten slaan in het door hem bezette Utrecht. Na de dood van hertog Karel wist Karel V Gelderland definitief op te nemen in de Bourgondische Nederlanden. Vanaf de Bourgondische tijd is een herkruist kruis gebruikelijk als Gelders muntteken.

De toewijzing aan de twee belangrijkste Gelderse muntplaatsen Arnhem en Nijmegen levert enige problemen op omdat de muntmeester tot in de 16e eeuw volgens de muntmeestersinstructie meestal in beide steden mocht werken. Daarom is het niet duidelijk waar de munten zonder vermelding van muntplaats zijn geslagen.

Daarnaast is er aangemunt door Alianora, weduwe van Reinald II te Arnhem en Harderwijk, Maria, weduwe van Reinald III te Oyen, Reinald (IV) als jongere broeder van Willem I te Kessel en door Willem van Wachtendonk, natuurlijke zoon van Reinald IV, te Ammerzoden.

Lit.:

Beek, B. van, Het Gelderse wapen op munten, De Beeldenaar (2002) 5/6, p. 219-226; Gelder, H. Enno van, Oostnederlands geld omstreeks 1400, JMP (1980) 45-66;

Voogt, W. J. de, Geschiedenis van het muntwezen der Vereenigde Nederlanden, I, provincie Gelderland, Amsterdam 1874.

  • Gelre, Gerard IV (1207 - 1229), penning, zilver.
  • Gelderland elburg reinald III.jpg
  • Gelderland enseigne 049 reaal.jpg
  • Gelderland, Willem I (1371 - 1402), floerken of nije groot, 1379-ca. 1388, zilver, geslagen te Harderwijk.
  • Gelderland, Reinald III (1343 - 1361 en 1371), groot, zilver, geslagen te Roermond.
  • Gelderland, Willem I (1371 - 1402), gulden, geslagen tussen 1393 en 1402, goud.
  • Gelderland heerlijkheid daarder 1538.jpg
  • Gelderland, Karel van Egmond minderjarig, juffrouwgulden, ca. 1478 - 1480, goud.
  • Bourgondische Nederlanden, Karel V (1506 - 1555), Gelderland, Karolusgulden. zilver.
  • Gelderland lands botdrager venlo.jpg
  • Gelderland lands karel van egmond snaphaan zj.jpg
  • Gelderland lands karel van Egmond teston ca 1496.jpg
  • Gelderland landsh dubbel lam.jpg
  • Gelderland landsh helm roermond.jpg
  • Gelderland landsh mechteld plak.jpg
  • Gelderland landsh meeuw Reinald IV.jpg
  • Gelderland landsh rijdergulden zj.jpg
  • Gelderland landsh teston.jpg
  • Gelderland landsh teston 2.jpg
  • Gelderland landsheerl clemmergulden karel v egmond.jpg
  • Gelderland landsheerlijke periode arnoldusgulden 1423 1465.jpg
  • Gelderland maasbommel kwart groot.jpg
  • Gelderland muntheren plaatsen.jpg
  • Gelderland peerdeke ca 1530.jpg
  • Gelderland philips II hollandse penning zj.jpg
  • Gelderland, Eduard (1361 - 1371), plak, zilver, geslagen te Arnhem.
  • Gelderland woechey na 1450.jpg