Ga naar: navigatie, zoeken

Gulik

Gulik, noodmunt van 10 schilling, 1610, stuk van een zilveren bord met vergulde rand.

Gulik, (Duits: Jülich) graafschap, sinds 1356 hertogdom behorende tot het Duitse rijk, gelegen ten zuidoosten van het Gelderse Overkwartier, thans gelegen in Nordrhein- Westfalen (BRD), was van 1393-1423 en 1539-1543 in personele unie verbonden met Gelre (Gelderland, landsheerlijke periode). Ook in de tussenliggende periode voerden de Gelderse hertogen een gecombineerd wapen en beide titels. Het Gulikse wapen bevat een zwarte leeuw op een gouden veld. Dit gecombineerd Gelders-Gulikse wapen werd later het Gelders provinciewapen. De personele unie heeft de muntslag in beide gebieden niet beïnvloed.

Tijdens de erfopvolgingsstrijd in Gulik en Kleef in 1610 hebben Nederlandse troepen onder leiding van Prins Maurits in opdracht van de Staten-Generaal Gulik bezet.

Tijdens het beleg zijn in de stad Gulik noodmunten (noodgeld) vervaardigd die geknipt werden uit zilveren borden en schalen. Aan het einde van het Twaalfjarig bestand werd Gulik in 1621-1622 door Spaanse troepen belegerd en moest het Nederlandse garnizoen de aftocht blazen. Tijdens dit tweede beleg zijn er door het Nederlandse garnizoen noodmunten geslagen op naam van commandant Frederik Pithaen op geplette rijksdaalders en kwart rijksdaalders.

Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen.

Lit.: Gelder, H.E. van, De Nederlandse noodmunten van de Tachtigjarige oorlog, 's-Gravenhage 1955; idem, De Gulikse noodmunten van 1621: een hypothese, De Beeldenaar (1986) 364-366.