Ga naar: navigatie, zoeken

Roermond

Roermond, muntplaats, Nederlandse gemeente in de provincie Limburg. Begin 13e eeuw maakte Roermond al deel uit van Gelre en werd op den duur hoofdstad van het Gelderse Overkwartier. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog viel Roermond in 1632 in handen van Frederik Hendrik, doch in september 1637 werd zij veroverd door de troepen van kardinaal-infant Don Ferdinand van Oostenrijk en was nadien Spaans tot 1713 en Oostenrijks tot 1794.

Onder de hertogen van Gelre vond in Roermond in de periode ca. 1340-ca. 1400 landsheerlijke muntslag plaats (Gelderland, landsheerlijke periode). In 1472 kreeg de stad van hertog Arnold (1423-1465 en 1471-1473), in ruil voor een lening van 600 Rijnse guldens, enkele privileges, waaronder het recht om voor eigen rekening kleingeld, niet waardevoller dan een kwart Keulse witpenning, te slaan.

Dit recht gold zolang de lening niet was afgelost. De opbrengst van deze stedelijke muntslag moest voor het onderhoud van de "Moederkerke" en van de waterkeringen langs Roer en Maas worden aangewend. Uit de periode 1472-1492 zijn echter geen munten overgeleverd die met zekerheid aan Roermond zijn toe te schrijven. Door Arnolds opvolger Karel van Egmond (1473-1538) werden in 1492, 1505 en 1525 soortgelijke rechten als in 1472 verleend. Gedurende de periode 1492 tot 1679 heeft de stad aanwijsbaar, zij het met grote onderbrekingen, gemunt op basis van haar privilege van 1492, waaraan geen tijdslimiet was verbonden.

Ging het in 1492 alleen om "kleingeld" (in de praktijk geïnterpreteerd als niet waardevoller dan een peerdeken van 1½ stuiver), in 1505 en 1525 stond de hertog de stad zelfs toe voor een bepaalde tijdsduur alle soorten gouden en zilveren munten te slaan, mits op naam van de hertog en conform de voor hertogelijke munt geldende instructies.

Op grond van het privilege van 1525 zijn clemmerguldens en zilveren rijders (snaphanen) gemunt. Er is geen reden om, zoals soms is verondersteld, Gelderse munten uit de regeringsperiode van Karel van Egmond met lelies als interpunctie als te Roermond geslagen te beschouwen.

Sinds 1543 heeft Roermond uitsluitend kleingeld geslagen: peerdekens, stuivers en onderdelen in zilver en later ook koperen munten. Zij droegen hetzij naam en wapens van de landsheer, hetzij van de stad, ofwel van beide. De laatste aanmuntingen vonden in 1679 plaats.

Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen.

Muntheren:

Karel van Egmond 1477-1538

Willem van Gulik en Kleef 1538-1543

Karel V 1543-1555

Philips II 1555-1598

Albert en Isabella 1598-1621

Staten-Generaal 1632-1637

Philips IV, 2e periode 1637-1665

Karel II 1665-1700

W.

Lit.:

Gelder, H.E. van, De munt te Roermond, De Beeldenaar (1984) 150-154;

Meijer, N.J.E. de, Le monnayage communal de Ruremonde. JMP (1960)19-58.


  • Roermond gelderland groot.jpg
  • Roermond gelderland landsh helm.jpg