Ga naar: navigatie, zoeken

Sterling

sterling, Fr. esterlin, uit Fr. stère, Gr. stereos = standvastig, standaard, Latijn denarius sterlingus; benaming sinds de 11e eeuw voor de Engelse zilveren penny, in de Nederlanden kortweg "engelse" genoemd. De belangrijkste reeks begint met de short-cross penny of sterling, ingevoerd in 1180 met een gewicht van 1,46 g (22½ grain) en een gehalte van 0,925 = 1,35 g fijn. Dit type werd in 1247 door Hendrik III vervangen door een lang dubbellijnig kruis (long-cross penny) en in 1251 werd het koningsportret op de vz uitgebreid met een scepter.

In 1279 voerde Eduard I een munthervorming door. Zijn nieuwe penning droeg op vz een gekroond koningsportret met lange lokken en op kz een lang glad kruis (zgn. single cross) van 1,33 g fijn (1,44 g; 0,925). Onder Eduard III zette de devaluatie van de sterling in: van 1,33 g fijn (1327-1344), via 1,22 (1344-1346) en 1,20 (1346-1351) tot 1,08 g fijn (1351-1377). Tijdens Eduard IV bevatte de sterling 0,897 en vervolgens 0,722 g fijn en tijdens Hendrik VII nog maar 0,599 g fijn.

De Engelse penny werd na zijn invoering vrijwel onmiddellijk in Schotland en Ierland nagevolgd en vond wijde verbreiding op het Europese vasteland waar hij uitgroeide tot een internationale handelsmunt die in waarde aanvankelijk overeenkwam met de Keulse penning (Keulen). Als gevolg daarvan werd hij ook daar spoedig geïmiteerd; vanaf ca. 1230 met het short-crosstype in Rijnland en Westfalen, na 1250 met het long-crosstype ook in de Friese gebieden en elders; vanaf 1277 met een eigen type door Jan I van Brabant met op vz het Brabantse leeuwenschild, waaruit de brabantinus zich zou ontwikkelen. Ook de sterling van Eduard I werd spoedig elders nagevolgd: in Vlaanderen, Henegouwen en Luxemburg, vanaf 1287 in Brabant, in 1291 door Floris V van Holland (Holland, graafschap).

Na 1320 boette de sterling aan betekenis in ten gunste van de groot en werd hij nog door onbeduidende muntateliers nagevolgd. De imitaties van het single-crosstype van Eduard I waarbij de kroon echter is weggelaten, werden pollard genoemd (uit Eng. pollard = ongehoornd rund). De imitaties met een krans van rozen in plaats van een kroon noemde men crockards (uit Fr. cocodès = modepop, fatje). Zowel pollards en crockards als de overige imitaties werden in 1299 vanwege hun te lage zilverinhoud tot de Engelse circulatie toegelaten voor slechts een halve sterling, terwijl hun circulatie daar in 1300 uiteindelijk geheel werd verboden.

G.

Lit.:

Chautard, J., Imitations des monnaies du type esterlin, Nancy 1871;

Grierson, Ph., Sterling, Late Medieval Numismatics, 11th-16th centuries (1979) 266-283;

Mayhew, N.J., Sterling imitations of Edwardian type, Londen 1983;

Berghaus, P., Die Perioden des Sterlings in Westfalen, dem Rheinland und in den Niederlanden, Hamburger Beitrage zur Numismatik (1948) 34-53.


  • Sterling aalst vlaanderen dubbele.jpg
  • Sterling arnold V loon 1279 1323 .jpg
  • Sterling brab kuinr.jpg
  • Sterling brabant halen.jpg
  • Sterling brabant leuven.jpg
  • Sterling groot br.jpg
  • Sterling holland graafschap floris V.jpg
  • Sterling limburg.jpg
  • Sterling vlaanderen gwijde.jpg