Ga naar: navigatie, zoeken

Latijn

Latijn, oorspronkelijk de taal van de bewoners van Latium waaronder de inwoners van Rome. Daardoor werd het Latijn ook de taal van het Romeinse rijk. Na de val van het West-Romeinse rijk bleef de taal in het westen voortbestaan omdat het ook de taal van de Kerk was geworden en van de klerken aan de vorstelijke hoven. Hierdoor werd het Latijn de taal op de munten. Dit gebruik bleef in Frankrijk, en de Nederlanden voortbestaan tot aan de Franse revolutie.

De gouden dukaat in Nederland is de uitzondering, met op de kz de Latijnse tekst met afkortingen: MO AUR REG BELGII AD LEGEM IMPERII, vertaald: Munt van de Staten der Verenigde Nederlanden volgens de wet van het (Duitse) Rijk. Het gaat hierbij om de Reichsmünzordnung van 1559; (Roomse Rijk). In de Duitse landen werd de moedertaal iets later ingevoerd. Zo had bijvoorbeeld de taler van Baden van 1803 nog een Latijns omschrift, maar in 1809 een Duits omschrift. Latijnse omschriften op Duitse munten konden bijzonder veel afkortingen bevatten.

In Groot-Brittannië staan de titels van koningin Elisabeth II nog steeds in het Latijn vermeld. In het Oost-Romeinse rijk, thans met de naam Byzantijnse rijk aangeduid, werd het Latijn op de munten langzamerhand vervangen door het Grieks. Omdat het Latijn vroeger ook de taal van de wetenschap was, kwamen op historiepenningen en andere gedenkpenningen tot in de 19e eeuw veel Latijnse teksten voor.

Een uitzondering hierop vormen de rekenpenningen.

Zie verder: Latijnse spreuken, Romeinse cijfers en MONETA NOVA.

Lit.: Rentzmann, W., Numismatisches Legenden-Lexicon des Mittelalters und der Neuzeit, herdruk, Düsseldorf 1965.