Ga naar: navigatie, zoeken

Carthago

Carthago, halve shekel, ca. 215-205 v. Chr. vz: godin Tanit, kz: paard voor palmboom, zilver.

Carthago, gelegen aan de kust van Noord-Afrika op enkele kilometers van Tunis, werd in de 8e eeuw v. Chr. door de Phoeniciërs gesticht.

Van de 6e tot de 3e eeuw v. Chr. was Carthago de belangrijkste handelsstad aan de Middellandse Zee.

Vanaf 264 v. Chr. kwam Carthago tot drie maal toe in oorlog met Rome (Punische oorlogen), hetgeen uiteindelijk resulteerde in de totale verwoesting van Carthago in 146 v. Chr. Een groot gebied rondom de verwoeste stad (het huidige Tunesië en een deel van Algerije) werd de Romeinse provincie Afrika, belangrijk door de korenuitvoer naar Rome. Carthago werd onder keizer Augustus (27 v. Chr.-14 n. Chr.) herbouwd en groeide weer uit tot een belangrijke havenstad, groter nog dan het Phoenicische Carthago.

In 439 werd de stad veroverd door de Vandalen die er stand hielden totdat Carthago als gevolg van verovering door Justinianus I in 534 aan het Byzantijnse rijk werd toegevoegd. In 697 werd Carthago veroverd en verwoest door de Arabier Hassan.

Laat in de 5e eeuw v. Chr. werd in Carthago, waarschijnlijk onder invloed van het Griekse Sicilië, het gebruik van gemunt geld ingevoerd.

De eerste munten zijn geslagen op Sicilië en in Griekse stijl; Griekse muntslag. De voorstellingen zijn vaak ontleend aan munten van Syracuse. De belangrijkste denominatie is de tetradrachme. Later werd er ook in Afrika en Spanje gemunt. De zogenoemde Siculo-Punische munten hebben eerst veelal aan de vz een paard, aan de kz een palmboom, later is op de vz meestal de korengodin Tanit (Persephone) afgebeeld, op de kz een paard of paardehoofd, vaak met palmboom.

In de Romeinse en Byzantijnse tijd (Romeinse muntplaatsen, Byzantijnse rijk), werden van 296 tot 697 in Carthago eveneens munten geslagen. De muntplaats werd aangeduid met K of KART.