Ga naar: navigatie, zoeken

Reichstaler

reichstaler, de sinds ca. 1500 geslagen daalder, nadat deze munt door de Reichsmünzordnung van 1566 (Reichsmünzordnungen) voor het gehele Duitse rijk als belangrijkste zilverstuk was erkend. De na 1566 door talrijke vorsten en steden geslagen reichstaler met een gewicht van 29,34 g en een gehalte van 0,889 dragen gewoonlijk op de vz borstbeeld, wapen of patroonheilige van de emittent met diens naam, op de kz de rijksadelaar en de naam van de regerende keizer; later vertonen zij meer uiteenlopende beeldenaars.

De beoogde eenheid in de muntslag kwam echter niet of nauwelijks tot stand; de verschillende landen bleven bevoegd kleinere munten uit te geven volgens lokale gebruiken en verlaagden daarbij de muntvoet in sterk uiteenlopende mate. Het gevolg daarvan was dat de reichstaler, waarvoor de muntvoet niet veranderd werd, het verband met het dagelijks gebruikte geld verloor en nog slechts geslagen werd hetzij als handelsmunt (voor verzending naar het buitenland en voor verwerking van de opbrengst van de zilvermijnen) hetzij als representatiestuk (bij huwelijk en overlijden van vorsten, bij feestelijke herdenkingen, als geschenk van stadsbesturen enz.).

Er ontstond in de 17e en 18e eeuw een enorm aantal, dikwijls fraai uitgevoerde typen, die echter in de circulatie een geringe rol speelden. Tevens kreeg het woord reichstaler een dubbele betekenis: enerzijds werden ermee aangeduid de zojuist bedoelde zilverstukken volgens de muntwet van 1566 (ook wel Speziestaler genoemd), anderzijds werd het woord als rekeneenheid gebezigd ter aanduiding van het bedrag in lokaal geld dat de reichstaler in het begin van de 17e eeuw vertegenwoordigd had: 90 kreuzer in Zuid-Duitsland, 24 groschen in NoordDuitsland, terwijl het muntstuk inmiddels een veel hogere koers gekregen had.

In de 18e eeuw werden dan ook meermalen nieuwe munten geslagen die reichstaler heetten, maar niet met de oude Speziestaler, doch met de courante rekeneenheid overeenkwamen. Zo bevatte de Pruisische reichstaler van 1750 met een koers van 24 groschen 1/3 minder zilver dan in 1566 voorgeschreven was; deze laatste werd de voorloper van de in de 19e eeuw in Duitsland ingevoerde Vereinstaler. In dezelfde tijd ontstond in Oostenrijk de Konventionstaler, iets lichter dan de oude maar met een waarde van 120 kreuzer.

De Duitse reichstaler van 1566 werd al in 1567 als Bourgondische rijksdaalderook in de Nederlanden overgenomen, maar dit was voorbijgaand. Blijvend deed hij echter zijn intrede in de Republiek der Verenigde Nederlanden met de muntwet van 1586, die een rijksdaalder invoerde met het gewicht en gehalte die de rijkswet van 1566 had voorgeschreven. De Nederlandse rijksdaalder van de ordonnantie van 1606 bevatte iets minder zilver dan de reichstaler van 1566.

E.v.G.