Ga naar: navigatie, zoeken

Kronendaalder

kronendaalder, of kroon, groot zilverstuk van de Oostenrijkse Nederlanden (Zuidelijke Nederlanden), ingevoerd ter vervanging van de ducaton in 1755 op een gewicht van 29,44 g en een zilvergehalte van 0,873. Qua type een voortzetting van de albertusdaalder: op vz aanvankelijk de Rijksadelaar met keizerlijk wapen en na 1780 het keizersportret; op kz het Bourgondische Andreas-kruis, gekantonneerd van de keizerskroon, de koningskronen van Hongarije en Bohemen en het juweel van het Gulden Vlies of de hertogskroon (kroon, muntnaam) van Brabant (nl. bij Maria Theresia).

In de Zuidelijke Nederlanden werd de aanmunting na de Franse verovering in 1794 beëindigd. Maar intussen waren sinds 1783 in andere delen van de Oostenrijkse monarchie, o.a. te Wenen en Milaan kronendaalders van hetzelfde type geslagen, wat tot 1800 voortduurde.

Deze verdrongen vooral in Zuid- Duitsland tijdens de oorlogen met Frankrijk de Konventionstaler (konventionsmunten) uit de circulatie. In het eerste kwart van de 19e eeuw werden dan ook in de meeste Zuidduitse staten Kronentalers op dezelfde muntvoet, maar met min of meer afwijkende beeldenaar geslagen.

Met het Weense muntverdrag van 1857 werd hij buiten omloop gesteld. In de Nederlanden werden ook halve en elders tevens kwart kronendaalders aangemunt.



  • Oostenrijk, Frans II (1792-1806), kronentaler, 1793, zilver.
  • Zuidelijke Nederlanden, Maria Theresia (1740-1780), kronendaalder of kroon, 1767, zilver.
  • Kronentaler 1788 jozef II.jpg