Ga naar: navigatie, zoeken

Geschiedenis geld, de eerste munten

geschiedenis geld, de eerste munten

(zie voor de periode hiervoor: geschiedenis geld, primitief geld)

In het koninkrijk Lydië, gelegen in het huidige West-Turkije, werden rond 625 voor Christus voor het eerst stukjes electrum van een instempeling voorzien die een be- paald gewicht garandeerden. Aangezien electrum een natuurlijke legering van goud en zilver is waarvan de samenstelling nogal kan variëren, lag de waarde van deze gestempelde stukjes electrum niet nauwkeurig vast. Het is niet duidelijk of deze stukjes metaal voor de handel bedoeld waren. Moderne theorieën gaan ervan uit dat deze eerste munten vanuit een militaire noodzaak geboren zijn en bedoeld zijn geweest om troepen te betalen. Later zal men ontdekt hebben dat deze gestempelde stukjes metaal ook goed bruikbaar waren bij de handel.

Al spoedig verschenen er in de Griekse wereld ook munten Griekse muntslag. In plaats van electrum werd liever zuiver zilver of zuiver goud gebruikt, omdat dan de handelswaarde van de munt beter te bepalen was. De instempeling kon nu een garantie van gewicht en gehalte worden. Aanvankelijk is deze garantie door kooplieden gegeven, maar al in de zesde eeuw voor Christus werd dit een zaak van de overheid. Veel Griekse steden gaven zelfstandig munten uit en het knoeien met de munten werd beschouwd als hoogverraad, omdat het de belangen van de stad schaadde. De munten werden beschouwd als het visitekaartje van de staat en daarom werden de muntstempels door bekwame kunstenaars gesneden.

Zeer bekend was de zilveren Atheense tetradrachme (vanaf 500 voor Christus), die eeuwenlang een vertrouwd betaalmiddel in het gehele Middellandse Zeegebied zou blijven. De stad Athene beschikte over eigen zilvermijnen en was daarom als een van de weinige in staat tot een omvangrijke muntproductie. Een van de opvallende bijzonderheden was dat men ook een muntreeks invoerde. Naast de basismunt van een drachme - die onderverdeeld was in 6 obolen - sloeg men vooral de tetradrachme (= 4 drachme). Hierdoor ontstond een geldstelsel dat niet alleen bruikbaar was voor grote transacties, maar waarmee men ook op de markt boodschappen kon doen. Om de constante waarde van de tetradrachme te benadrukken, heeft men de beeldenaar van de munt eeuwen lang ongewijzigd gelaten. Wel zijn er grote stilistische verschillen aan te wijzen.

De Griekse koloniën in Italië en op Sicilië (Syracuse) sloegen eigen munten die opvallen door hun fraaie, verzorgde uiterlijk. Net als in het moederland werden vooral de beschermgoden of de symbolen van de stadstaten op de munten afgebeeld, zodat men meestal aan de afbeelding kon zien waar de munt vandaan kwam. Ook hier was zilver het belangrijkste muntmetaal.

Door de veroveringen van Alexander de Grote (336-323 v. Chr.) ontstond er min of meer een uniform geldstelsel in een groot gebied van Macedonië tot India, waarvan de zilveren drachme en de gouden stater de basis vormden. Zijn opvolgers lieten munten slaan met het portret van de vergoddelijkte Alexander. Dit was de eerste maal dat een gewone sterveling op een munt werd afgebeeld. Het was nu nog maar een kleine stap naar de afbeelding van nog levende heersers.

Zie voor de periode hierna: geschiedenis geld, Romeinen.