Ga naar: navigatie, zoeken

Geschiedenis geld, primitief geld

Geschiedenis geld, primitief geld

Lang voor het gebruik van munten als geldvorm bestonden er allerlei andere soorten van betaalmiddelen die in de handel gebruikt werden. De hoogontwikkelde beschavingen van Egypte en Mesopotamië ontwikkelden al heel vroeg standaardgewichten en vaste inhoudsmaten, waarin de betaalmiddelen als graan en baren metaal konden worden uitgedrukt. Handelstransacties konden zodoende geschieden door te betalen met een afgewogen hoeveelheid goud of zilver. In het Oude Testament wordt bijvoorbeeld vermeld dat Abraham een stuk land kocht en het betaalde met een afgewogen hoeveelheid zilver (Genesis 23, 16).

Dergelijke betaalmiddelen rekenen we tot het primitieve geld. Handelen met primitief geld ging niet zo gemakkelijk. Graan bijvoorbeeld verliest na enige tijd zijn waarde als voedingsmiddel en als het niet goed bewaard wordt, bederft het.

Om het handelsverkeer te bevorderen ontstonden er daarom al vroeg banken waar de klanten lopende rekeningen konden openen, een kluis huren, leningen afsluiten en cheques konden uitschrijven. De oudste ons bekende bank bestond al rond 700 voor Christus in Babylon. Het was kenmerkend voor het bankwezen in de Oudheid dat men zich ook zelf bezig hield met handel en speculatie.

In Europa waren andere vormen van primitief geld in gebruik, zoals vee, bijlen en ander gereedschap, en metalen ringen. Wegens het gebrek aan bronnenmateriaal is er over deze betaalmiddelen vrijwel niets bekend.

In de ijzertijd (begonnen in Klein-Azië ongeveer 1200 voor Christus) maakte de techniek van de metaalbewerking een zodanige ontwikkeling door dat het mogelijk werd om instempelingen in metaal aan te brengen.

Zie voor de periode hierna: geschiedenis geld, de eerste munten.