Ga naar: navigatie, zoeken

Adelaar

adelaar, komt zowel in natuurlijke als heraldische vorm zeer vaak op munten voor. In de Griekse oudheid was de adelaar als boodschapper van Zeus een symbool van goddelijke en later ook wereldlijke macht. Talrijke vorsten uit de oudheid hebben daarom de adelaar op hun munten laten afbeelden. Bij de Ptolemaeën was de adelaar de belangrijkste beeldenaar op de keerzijde. Ook op de Romeinse munten, vooral die van de keizertijd en op de Alexandrijnse munten komt de adelaar voor. In de middeleeuwen herleefde de belangstelling voor de symboliek van de adelaar en sinds keizer Frederik II (1198-1250) fungeerde de adelaar als symbool van het Heilige Roomse Rijk. In dit verband kwam de adelaar terecht in de stadswapens van een aantal rijkssteden en daardoor op de munten van onder andere Deventer, maar ook op die van de Groninger Ommelanden en tenslotte als muntteken van Kampen. Keizer Sigismund (1410-1437) verving de enkelkoppige adelaar in het rijkswapen door de dubbelkoppige.

Het is vooral dit type dat op veel munten van rijkssteden (rijksstad) en op hun wapens voorkomt, zoals die van Nijmegen, Arnhem en Groningen. Bij het uiteenvallen van het oude Duitse Rijk in 1806 werd het type door het Oostenrijkse Keizerrijk voortgezet tot de Tweede Wereldoorlog en daarna weer door de enkelkoppige vervangen. Het Duitse Rijk gebruikte vanaf 1871 de Brandenburgs-Pruisische enkelkoppige adelaar, een traditie die door de Bondsrepubliek nog steeds wordt voortgezet.

Lodewijk Napoleon voerde als koning van Holland (1806-1810) een wapen waarin de natuurlijke adelaar, die zijn broer keizer Napoleon invoerde en die terug te voeren is op de Romeinse legioensadelaar, voorkwam samen met de Hollandse leeuw.

De oorsprong van de dubbelkoppige adelaar (dubbele adelaar) is te vinden in de Oud- Babylonische mythologische vogel Anka, die enerzijds te vinden is op Zuid-Indiasche munten en anderzijds op een aantal beeldenaarsmunten van Klein-Azië. Ook de Byzantijnse keizers namen de dubbelkoppige adelaar in hun wapen op, maar niet op hun munten. Dat deed wel de Russische vorst Iwan III, die zich na de val van Constantinopel in 1453 beschouwde als erfgenaam van het Byzantijnse rijk. Wellicht is er een samenhang tussen de kruistochten en het verschijnen van de eerste dubbelkoppige adelaar op de munten van Brabantse graven in de twaalfde eeuw.

Een aantal Nederlandse munten heeft zijn naam ontleend aan de opvallende adelaar in de beeldenaar.

Behalve enkele voor de hand liggende als arendschelling en arend(rijks)daalder behoren hiertoe ook de krabbelaar (vanwege de klauwen), de vlieger en de voetdrager (adelaar met twee wapens aan zijn voeten).

A.



  • Oostenrijkse Nederlanden, Maria Theresia (1740 - 1780), Brabant, plaket 1755, geslagen te Antwerpen, zilver.
  • Egypte, Ptolemaios V (204 - 180 v. Chr.), tetradrachme, zilver.
  • Romeinse Republiek, 40 baiocchi 1849, zilver.
  • Romeinse Rijk. Vespasianus (69 - 79), denarius, zilver.