Handelingen

Nederlands Nieuw-Guinea

Uit Wiki Munten en papiergeld

Versie door MyWikiAdminEnc (overleg | bijdragen) op 26 jan 2017 om 23:02 (1 versie geïmporteerd)

Nederlands Nieuw-Guinea, het sinds 1828 in Nederlands bezit zijnde deel van het eiland Nieuw-Guinea ten westen van de 141ste meridiaan. Bleef buiten de souvereiniteitsoverdracht van Nederlandsch-Indië aan Indonesië op 27 december 1949.

Ter voorkoming van een kapitaalvlucht vanuit de Republiek Indonesia vond de Nederlandse regering het wenselijk op Nieuw-Guinea een eigen muntstelsel in te voeren. Als muntgeld kwamen de Nederlandse kwartjes, dubbeltjes, stuivers en centen in omloop. Aan de "Nieuw-Guinea gulden" werd uitvoering gegeven door de aanmaak van muntbiljetten in de coupures van 1, 2½, 5, 10, 25, 100 en 500 gulden.

In de tijd van de overdracht circuleerde in Nieuw-Guinea, net als in de rest van Nederlandsch-Indië, een grote verscheidenheid aan papiergeld. NICA-geld, Nanpatsugeld en invasiegeld konden tezamen met de oude biljetten van De Javasche Bank overal worden aangetroffen. Tot verkrijging van een inzicht hoeveel papiergeld in de omloop aanwezig was, werd vanaf 1950 begonnen met het stempelen daarvan. Daarna konden de gestempelde biljetten worden omgewisseld voor het nieuwe geld. Biljetten met het stempel "Financiën Nieuw-Guinea" kunnen worden beschouwd als het eerste papiergeld voor de nieuwe kolonie. Vanaf 30 maart 1950 kwamen de bij Joh. Enschedé gedrukte Nieuw-Guineabiljetten, met datum 2 januari 1950, in omloop. Al in 1954 kwam de wens naar voren ze te vervangen voor beter tegen namaak beveiligde biljetten. Uiteindelijk kwamen die in 1957 in circulatie.

Volgens de Republiek Indonesia was "Irian Barat" (de Indonesische naam voor Nieuw-Guinea) ten onrechte buiten de overdracht gebleven. Met militaire dreiging, later overgaande in daadwerkelijke invasiepogingen, werd Nederland onder druk gezet. Vooruitlopend op de inlijving werd in 1961 de provincie Irian Barat geproclameerd en werd alvast eigen geld daarvoor aangemaakt. Uit de omlopende serie Indonesische biljetten werden die van 1, 2½, 5 en 10 rupiah voorzien van de opdruk IRIAN BARAT en werd een nieuw biljet van 100 rupiah gedrukt.

Onder grote internationale druk moest Nederland op 15 augustus 1962 het akkoord tekenen waarmee afstand werd gedaan van de laatste kolonie in de Oost. Op 1 mei 1963 werd het gebied officieel overgedragen aan de Republiek Indonesia. Tot in november 1963 konden de Nieuw-Guinea guldens worden omgewisseld tegen Indonesische rupiah.

Ed v.G.

Lit.:

Gelder, Ed. van, Het papiergeld van Nederlands Nieuw-Guinea, De Muntkoerier, maart 1989, blz. 4-7.


  • Nederlands Nieuw-Guinea, Juliana, muntbiljet van 1 gulden, 1954, 12,7 x 5,9 cm
  • Nederlands nieuw guinea primitief geld.jpg
  • Nederlands Nieuw-Guinea, 5 gulden, 1950, 15,0 x 7,5 cm, biljet met opdruk SPECIMEN