Ga naar: navigatie, zoeken

Alexander de Grote

Alexander de Grote (Alexander III van Macedonië, 356-323 v. Chr.), volgde zijn vader Philippos II van Macedonië op in 336 v. Chr. Hij is bekend geworden door zijn grote veroveringen, waardoor een wereldrijk ontstond dat behalve Macedonië en Griekenland ook Klein-Azië, Egypte en Perzië omvatte. De oostgrens werd gevormd door de Indus. Hij streefde er naar zijn grote rijk tot eenheid te brengen waarin vrij verkeer voor allen en alles mogelijk was. In dit streven paste ook een geüniformeerde muntslag. Net als bij zijn vader zijn Alexanders belangrijkste munten de gouden stater en de zilveren tetradrachme. Als standaard werd de Attische muntvoet gekozen. Hierdoor werd de tetradrachme van Alexander zwaarder dan die van zijn Macedonische voorgangers. Deze keuze werd bewust gedaan omdat de Attische muntvoet binnen de Mediterrane wereld de belangrijkste was en Atheense munten daarbuiten algemeen als ruilmiddel werden aanvaard.

Op de voorzijde van de tetradrachme werd de kop van Herakles geplaatst, met de scalp van de Nemeïsche leeuw over het hoofd. Volgens de legende stamden de koningen van Macedonië van deze held af.

Bovendien waren de heldendaden van Herakles bekend bij alle Grieken in Hellas en Klein-Azië. Heracles stond bekend als de bevrijder van de mensheid uit gevaren en van monsters en het is aannemelijk dat Alexander zich wilde presenteren als een tweede Herakles, dus als een bevrijder van de mensheid. Reeds in de oudheid heeft men vermoed dat op deze tetradrachmen het portret van Alexander de Grote zelf staat. Het was inderdaad in Perzië (Iran) de gewoonte dat de koning gestileerd werd afgebeeld op de munten maar het is echter waarschijnlijker dat zijn echte portret pas enige jaren na zijn dood op de munten van zijn opvolgers is verschenen.

De keerzijde van de tetradrachme vertoont de Griekse oppergod, Zeus, gezeten op een troon. Het is zeer goed mogelijk dat deze beeldenaar bewust is gekozen omdat de tronende god goed aansloot bij de reeds bestaande traditie in Klein-Azië.

Bij de gouden munten ligt de situatie anders.

Waarschijnlijk heeft Alexander eerst nog enige tijd postuum staters op naam van zijn vader laten slaan.

Rond 331 v. Chr. verschenen de eerste staters op Alexanders naam.

Op de voorzijde een Athenakop en op de keerzijde een Nike. Alexander had een persoonlijke verering voor Athena. Naast de stater en de tetradrachme met veelvouden en onderdelen werd er af en toe ook in koper aangemunt, meestal met beeldenaars die in relatie met Heracles staan. De bestaande waardeverhouding tussen goud en zilver van 10 : 1 maakte de gouden stater gelijk aan 5 zilveren tetradrachmes.

De koopkracht van de tetradrachme in deze periode is moeilijk te bepalen. De soldij van Alexanders soldaten was 2 obolen (obool) per dag (= 1 tetradrachme per 12 dagen), maar dit werd meestal aangevuld met plunderen. De productie van Alexandermunten vond plaats in het gehele rijk, met Babylon als meest oostelijke muntplaats. Hoewel de munten volgens lokaal type niet geheel verdwenen, hebben de munten van Alexander de Grote toch steeds meer de geldcirculatie beheerst, zodat er langzamerhand een min of meer uniforme circulatie in zijn rijk ontstond.

Het is niet eenvoudig om van een Alexandermunt de muntplaats aan te wijzen omdat de bijtekens, die bestaan uit letters en symbolen in de meeste gevallen verwijzen naar de functionarissen die het toezicht over de muntslag uitoefenden en slechts in enkele gevallen naar de muntplaats.

De productie van Alexandermunten is na de dood van Alexander de Grote, in de meeste munthuizen voortgezet. Deze postume Alexandermunten uit de Hellenistische tijd werden tot ver in de tweede eeuw v. Chr. geslagen. Ze onderscheiden zich van de exemplaren uit de vierde eeuw door het bredere en vlakkere muntplaatje.

De invloed van de Alexandermunten blijkt niet alleen uit de postume muntslag. Ook vrijwel alle Hellenistische munten zijn uit de Alexandermunten voortgekomen, (Griekse muntslag, Indo-Grieken).

Lit.: Müller, L., The coinage of Alexander the Great, New York 1976.



  • Macedonië, Alexander III (336-323 v. Chr.), tetradrachme, zilver.
  • Alexander de Grote (336-323 voor Chr.), stater geslagen te Babylon, goud.