Ga naar: navigatie, zoeken

Indo-Grieken

Indo-Grieken, reeds onder Alexander de Grote (336-323 v.Chr.) is in de meest oostelijk gelegen satrapie van Baktrië (modern Balkh, ten noorden van Kabul, in Afghanistan) gemunt. Onder de latere satrapen en vooral onder de onafhankelijke Griekse vorsten (na ca. 256 v.Chr.) vond een uitgebreide muntslag in zilver en koper plaats naar Griekse typologie en gebaseerd op de Attische muntvoet. Deze Graeco-Baktrische muntslag met uitsluitend Griekse opschriften uitte zich vooral in de bijzonder fraaie en artistiek hoogstaande portretkunst.

Onder de regering van Eukratides (ca. 171-135 v. Chr.) veroverden de Griekse vorsten van Baktrië uitgebreide gebieden ten zuiden van het Indiase grensgebergte, de Hindu Kush. De muntslag ten zuiden van de Hindu Kush onderscheidt zich van die van Baktrië doordat deze tweetalig is (vz Grieks, kz Karoshti of Brahmi) en tevens werd de Griekse gewichtsstandaard aangepast aan de lokale muntvoet zodat de drachme qua waarde ongeveer overeen kwam met de lokaal gangbare zilveren karshapanas. Deze Indo-Baktrische muntslag had haar uitstraling op de inheemse muntslag van de aangrenzende lokale republieken in N.W. India.

Invallende nomadenstammen (Skythen en Yue-Chi) uit de steppen van Centraal Azië verdrongen de Grieken uit Baktrië (ca. 100 v. Chr.) en later uit de provincies ten zuiden van de Hindu Kush.

Onder het gezag van de Skythen of Shakas werd de Indo-Baktrische muntslag gecontinueerd inclusief het gebruik van het Griekse schrift en de afbeeldingen van goden en godinnen.


  • Baktrië, Eukratides (ca. 171 - 135 v. Chr.), tetradrachme (16,96 g), zilver.
  • N.W.-India, Indo-Skythen, Azes II (ca. 35 v. Chr. - 5 n. Chr.), tweetalige tetradrachme (9,68 g). zilver.