Ga naar: navigatie, zoeken

Iran

Iran, (voor 1935 Perzië geheten) Islamitische republiek in Zuidwest- Azië tussen Kaspische Zee en Perzische Golf. Iraanse nomadenstammen vestigden zich in het begin van het tweede millennium v.Chr. in dit gebied en sinds ongeveer 700 v.Chr. waren ze zodanig georganiseerd dat ze een politieke macht vormden en een koninkrijk stichtten dat in staat bleek omliggende rijken ten val te brengen, zoals Lydië (547 v.Chr.) en Babylon (539 v.Chr.).

Tijdens de dynastie van de Achaemeniden werden de eerste munten in Perzië geslagen. In 331 v.Chr. werd Darius III door Alexander de Grote verslagen en het Achaemenidische rijk door hem ingelijfd. Onder Alexander de Grote werden, in het nieuw veroverde rijk, vooral de Macedonische rijksmunten, hoofdzakelijk bestaande uit drachmes en tetradrachmes, geslagen. Dit muntstelsel bleef gehandhaafd onder de daarop volgende overheersing van de Seleuciden (vanaf 312 v.Chr.) en de Arsakiden of Parthen (vanaf ca. 250 v. Chr.).

In 226 versloeg Ardeshir, vazalvorst van de Parthen, de Parthen en legde de basis voor het Sassanidische keizerrijk (Sassaniden) dat tot de opkomst van de Islam, in 652, stand hield.

Onder de daarop volgende lange reeks van Islamitische dynastieën, die vaak slechts een deel van Perzië bestuurden, bestond de muntslag vooral uit gouden dinars, zilveren dirhems en koperen falus (fals). Tot de val van Bagdad in 1258 regeerden de Omajjaden en de [[Abbasiden, opgevolgd door de Mongolen (Ilkhaniden) die de muntenreeks uitbreidden met zilveren meervoudige dirhems. Toen het Mongolenrijk van de Ilkhaniden uiteenviel, ontstonden rond 1340 weer talrijke zelfstandige vorstendommetjes, ieder met hun eigen muntslag. Onder de Timuriden werd na 1370 weer een groot en machtig rijk opgebouwd waarin veel van de kleine vorstendommen opgingen. De meervoudige dirhems bleven gehandhaafd, de achtvoudige of shah rukhi tanka werd de nieuwe eenheid die ook onder de kleine dynastieën, waarin het rijk weer uiteenviel, in zwang bleef.

De Sefaviden die vanaf 1501 regeerden voerden nieuwe munteenheden in zoals de gouden ashrafi en de zilveren shahi alsmede veelvouden daarvan. De vier shahi, bekend als abassi, is omstreeks 1660 door de VOC in grote hoeveelheden naar Zuid-India en Ceylon geëxporteerd.

Door de voortdurende inflatie werden steeds grotere denominaties ingevoerd, hetgeen zich onder de opvolgende dynastieën voortzette.

De kran van 20 shahi (oorspronkelijk 1000 gouden dinars) daalde sterk in waarde, maar bleef naast de rial van 1250 dinars die bij het begin van de Kajarenheerschappij (1779-1925) werd ingevoerd, de gangbare munteenheid. Tevens werd de gouden toman van 10.000 dinars geïntroduceerd, die daarvoor slechts als gewichtseenheid bestond. Aan het einde van de regeringsperiode van deze dynastie vinden de eerste moderniseringen plaats: de bekende leeuw met sabel verscheen (weer) op de munten evenals de eerste vorstenportretten.

Vanaf 1876 kwamen ook machinaal geslagen munten in omloop. In 1925 kwam de Pahlevi-dynastie op de troon, waarvan twee leden regeerden, tot in 1979 de islamitische republiek werd uitgeroepen. Voor de datering werd onder de Pahlevi dynastie het zonnejaar geïntroduceerd in plaats van het gebruikelijke maanjaar, maar met hetzelfde beginpunt, de Hidsjra (AH), de vlucht van Mohammed uit Mekka naar Medina in 622, het begin van de islamitische tijdrekening. Deze "solar hidsjra" (SH jaartelling ) wordt ook thans nog gebruikt.

Tegelijkertijd met de introductie van het zonnejaar werd ook een monetaire hervorming doorgevoerd: 5 dinars = 1 shahi 100 dinars = 1 rial 100 rials = 1 pahlavi Na de machtsovername door de Islamitische republiek werd de rial de munteenheid, ISO 4217-code IRR, onderverdeeld in 100 dinars.

Eind 1294 vond onder de heerschappij van de Mongolen, naar Chinees voorbeeld, een kortstondige papiergelduitgifte plaats.

Eerst tegen het einde van de 19e eeuw werd een reeks biljetten uitgegeven door de Keizerlijke Bank. In 1932 werd de uitgifte overgenomen door de Nationale- en in 1961 door de Centrale Bank (resp. Bank Melli en Markazi). In 1979 kregen de biljetten met het portret van de Shah over het portret en het watermerk heen een opdruk om ze tijdelijk voor republikeins gebruik geschikt te maken.

In 1985 verscheen de eerste emissie van de Islamitische republiek, waarvan de biljetten sinds 1986 alle, ook na zijn dood, het portret van de geestelijk (en wereldlijk) leider ayatollah Khomeini (1979-1989) dragen. Munten zijn door de grote geldontwaarding niet meer in omloop. Het betalingsverkeer vindt plaats met biljetten tot 100.000 rial (de emissie van 2009-2010 omvat coupures van 5.000 en 100.000 rial), waardoor bij grote transacties veel biljetten nodig zijn. De ISO 4217-code van de rial is IRR.

L.

Lit.: Bonine, M.E., (ed.: J.L. Bacharach), The Banknotes of Imperial Persia: An Analysis of a Complex System, Numismatic Studies vol. 30, met catalogus; Verbruggen, H., Het land van Zarathustra, Antwerpen 1973; Mitchener, M., The world of Islam, Londen 1977; Farahbakhsh, H., Iranian hammered coinage 1500-1879, Berlijn 1975; Farahbakhsh, F.N., Standard catalogue of Iranian banknotes, Teheran 1984.


  • Iran 100 rial zj kz.jpg
  • Iran 20 rial.jpg
  • Iran abassi.jpg
  • Iran opdruk 100 rial.jpg
  • Iran rial.jpg
  • Iran siglos.jpg
  • Iran toman 1839.jpg