Ga naar: navigatie, zoeken

Turkije

Turkije, republiek in West-Azië en Zuidoost-Europa, voortgekomen uit het Ottomaanse keizerrijk (Osmanen) waarvan het het kernland was; dit Ottomaanse rijk was in de 19e eeuw sterk gekrompen en in de eerste twee decennia van de 20e eeuw uiteengevallen. De laatste sultan, Mehmed VI (1918-1922), werd in 1922 afgezet. In 1923 werd in Turkije een republikeinse grondwet geproclameerd. Eerste president van de nieuwe republiek werd Moestafa Kemal Pasja (na 1934 Kemal Atatürk = "vader der Turken" geheten), die een belangrijke rol had gespeeld bij de totstandkoming van de Republiek Turkije binnen zijn huidige grenzen en die een staat naar westers model voorstond.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog was er een groot tekort aan muntgeld ontstaan en waren er door de Staat grote hoeveelheden ongedekt papiergeld in circulatie gebracht. Dit laatste, dat onder pari werd verhandeld, werd in 1926 vervangen door een nieuwe, in aantallen sterk gereduceerde emissie, gesteld in livres turques. De Republiek begon in 1925 met de uitgifte van nieuwe munten en in 1926 van nieuwe staatsbiljetten, waarop een geleidelijke verwesterlijking is te zien.

De tughra op muntgeld werd vervangen door het nieuwe staatssymbool, maansikkel en ster. De jaartallen verschijnen in de christelijke jaartelling, maar nog wel in Arabische schrifttekens; de waarden zijn in livres en kurus gesteld. Evenals op pasmunten met lagere waarden staan op de gouden munten uit de periode 1925-1929 het nieuwe staatssymbool en zowel de Arabische als de christelijke jaartelling. Gewicht en gehalte zijn nog hetzelfde als onder het Ottomaanse rijk. De in dezelfde periode geslagen goudstukken met een iets lager gewicht, met andere beeldenaars (wel met maansikkel en ster) en een ander formaat (groter en dunner) worden tot de zogenaamde "monnaies de luxe" gerekend; ze waren bedoeld voor representatie en verwerking in sieraden.

Op 11 juni 1930 werd een wet aangenomen, die de oprichting van de Turkse Nationale Bank (Türkiye Cumhuriyet Merkez Bankasi) mogelijk maakte. Deze bank begon in 1937 een reeks bankbiljetten uit te geven van 2½, 5, 10, 50, 100, 500 en 1000 lira. Het streven naar een geleidelijke verwesterlijking van de Turkse samenleving is op deze bankbiljetten duidelijk te zien; alle teksten op de biljetten zijn in westerse (Latijnse) schrifttekens gedrukt. In 1966 wordt een biljet van 20 lira aan de reeks toegevoegd.

Voorthollende inflatie leidde tot de uitgifte van biljetten van steeds hogere waarden: in 1981 van 5000 lira en vervolgens van coupures oplopend tot 500.000 lira sinds 1993. Op vrijwel alle biljetten staat het portret van Kemal Atatürk of dat van de tweede president, Ismet Inönü. Ook op de munten worden na 1930 voor de opschriften niet langer Arabische, maar westerse schrifttekens gebruikt en wordt standaard de christelijke jaartelling gehanteerd.

Tussen 1935 en 1943 wordt een reeks opgebouwd van munten van 1, 5, 10, 25, 50 en 100 kurus. Voorts zijn er van 1940-1942 nog aluminiumbronzen muntjes volgens de oude rekeneenheid met een waarde 10 para (= ¼ kurus) uitgegeven. Op de vz van de kopernikkelen 1-, 5- en 10- en nikkel-bronzen 25-kurusmunten staan de landsnaam, maansikkel en ster, op de zilveren 50- en 100-kurusmunten verschijnt het portret van Kemal Atatürk. Op de zilveren lira's van 1940-41 staat echter het portret van Ismet Inönü.

Na de Tweede Wereldoorlog is er tussen 1947 en 1957 een nieuwe circulatiereeks in omloop gebracht in de waarden, 1, 2½, 5 en 10 kurus; een ontwerp van ½ kurus is niet in productie genomen. Vanaf 1957 is weer een nieuwe reeks in omloop gebracht van 1, 5, 10, 25, 50 kurus en 1, 2½ en 5 lira. Door de grote inflatie is men genoodzaakt geweest enkele malen tot goedkoper materiaal en tot gewichtsvermindering over te gaan. Van weer een nieuwe reeks (geleidelijke invoering sinds 1981) zijn de diameters ten opzichte van gelijke waarden uit de voorgaande emissie gehalveerd. Bovendien maken van deze reeks nu ook nieuwe denominaties van 100, 500, 1000 en 2500 lira deel uit.

Op alle munten staat Atatürk in diverse posen. Turkije heeft vele gelegenheids- en beleggingsmunten in onedele en edele metalen uitgegeven, waaronder FAO-munten.

W.

Lit.:

Erol, M., Osmanli imaratorluganda kagit para (kaime), Ankara 1970;

Olcer, C, 50 Yilin Turk Kagit Palari, Istanbul 1973;

Sultan, J., Coins of the Ottoman Empire and the Turkish Republic, twee delen, Thousand Oaks 1977;

Valentine, W.H., Modern Copper Coins of the Muhammadan States of Turkey, Persia, Egypt, etc., herdruk, Londen 1977.


  • Turkije 10 kurus 1958.jpg
  • Turkije 25 piaster 1904.jpg
  • Turkije 2 5 lira FAO 1979.jpg
  • Turkije halve rumi altin 1816.jpg
  • Turkije osmanen 20 kurush.jpg
  • Turkije osmanen 40 para 1275 H.jpg
  • Turkije osmanen koeroesh 1115 H.jpg