Ga naar: navigatie, zoeken

Société Générale de Belgique

Société Générale de Belgique, Nederlandse naam bij de oprichting: Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volks-vlijt, handels- en depositobank te Brussel, opgericht op initiatief van koning Willem I in 1822 onder de naam Société Générale des Pays-Bas pour Favoriser l'Industrie Nationale.


Zij kreeg emissierecht ten behoeve van de zuidelijke provincies, waar de bankbiljetten van de Nederlandsche Bank nauwelijks circuleerden. Sinds 1826 gaf zij eenzijdig bedrukte bankbiljetten uit in coupures van ½ ,1, 2, 3, 5 en 10 gulden (florin) die

gedrukt werden bij Joh. Enschedé en Zonen. Deze emissie kleine coupures 1826 (½ t/m 10 gulden) ten bedrage van twee miljoen gulden, was bedoeld voor de kolonie Suriname om daar het kaartengeld te vervangen.


De handtekeningen van de Gouverneur O. Repelaer van Driel, de directeur en de thesaurier op deze grote emissie was niet handgeschreven, zoals op de andere biljetten van de maatschappij, maar erop geplaatst in boekdruk. Alleen de controleurs hebben alle biljetten moeten tekenen. Deze biljetten werden echter al in 1828 vervangen door die van de West-Indische Bank die in dat jaar was opgericht. De emissie grote coupures van 1826 (25 t/m 1000 gulden) was alleen inwisselbaar te Antwerpen.


Na de Belgische revolutie werd de Maatschappij in 1830 Rijkskassier voor België. Haar biljetten werden sinds 1837 in het Frans gesteld en uitgedrukt in franken; uitgegeven werden coupures van 5 tot 1000 frank.


In 1848 raakte zij in moeilijkheden en zag de Belgische staat zich verplicht haar biljetten tot wettig betaalmiddel te verklaren. In 1850 droeg zij haar emissierecht over aan de juist opgerichte Nationale Bank van België die tevens haar taak van Rijkskassier overnam.


Zij zette haar werkzaamheden als handelsmaatschappij en algemene bank echter voort. In 1903 werd haar naam veranderd in Société Générale de Belgique, Generale Maatschappij van België.


G.