Ga naar: navigatie, zoeken

Remedie

remedie, of tolerantie, de door de muntheer of overheid toegestane afwijking van de voorschriften voor massa en gehalte bij de muntfabricage. De toegestane afwijking werd zowel naar boven als naar beneden in de voorschriften nauwkeurig aangegeven.

Het gebruik van een remedie is nodig, omdat het bij de fabricage niet mogelijk is munten van exact het juiste gehalte en de juiste massa te maken. De gemiddelde massa van de gefabriceerde munten moet goed zijn, de eventueel aanwezige te lichte stukken moeten door te zware worden gecompenseerd. Als typerend voor de voorschriften uit de tijd van de Republiek enkele zaken uit de muntmeestersinstructie van 1606:

De remedie op de massa is één engels per mark, dat is 1,529 g per 246,0 g, dus 0,62%; de remedie op het gehalte één grein, dat is 1 op 288, dus 0,35%. Afwijkingen tot de helft van de remedie worden getolereerd. Bij gebruik van de hele remedie moet de helft worden bijbetaald. Bij geringe overschrijdingen van de remedie moet tweemaal het tekort worden bijbetaald, bij ernstiger overschrijdingen viermaal het tekort. Immers om zoveel mogelijk winst te maken trachtte de muntmeester zo dicht mogelijk bij de ondergrens van het getolereerde gehalte en de getolereerde massa te komen.

De remedie van het gehalte voor de gouden munten (dukaat en dubbele dukaat) is twee promille, en voor de massa van deze munten ruim 1,1 promille. De remedie is bij de laatste guldenmunten: zilveren munten (50 en 10 gulden) voor het gehalte resp. 0,5 en 0,3% en voor de massa bij beide 0,7%. De remedie voor de nikkelen munten (2½ en 1 gulden, kwartje en dubbeltje) is voor het gehalte 0,5% en voor de massa 3%. Vroeger waren alleen afwijkingen van de massa naar beneden van belang, tegenwoordig ook naar boven omdat veel munten in automaten worden gebruikt.

K.