Ga naar: navigatie, zoeken

Messing

messing, ook wel geelkoper genoemd, een legering van koper met zink. Messing wordt tegenwoordig weinig toegepast voor munten; het heeft weliswaar een goede slijtvastheid en een mooie goudglans na de fabricage, maar deze glans vermindert na korte tijd, waarna de munt een grauwe kleur krijgt. De kleur juist na de fabricage hangt samen met het zinkgehalte. Bij weinig zink overheerst de koperkleur, naarmate er zink wordt toegevoegd wordt de kleur geler en verandert in bleekgeel bij een zinkpercentage van 30-40%.

Hoewel de Grieken messing al gebruikt hebben voor de fabricage van munten, kwam er pas bij de Romeinen onder keizer Augustus op ruime schaal een toepassing van messing voor de koperen munten met hogere waarde zoals sestertius en dupondius. De gebruikte legering met ca.

20% zink werd orichalcum genoemd. De Chinezen passen messing sedert de Middeleeuwen toe.

Veel cashmunten werden van messing gegoten. In navolging van China werden ook in Japan messing cashmunten gegoten; na de Tweede Wereldoorlog werd messing door de Japanners toegepast voor 50 sen-, 1 en 5 yen-stukken.

Op bestelling van de Nederlandse regering werden in de V.S. vanwege de oorlog in 1943 messing centen geslagen voor Suriname.

Tegenwoordig wordt messing zelden meer gebruikt voor munten, wel echter voor automaatpenningen.

Messing, waaraan nikkel is toegevoegd, wordt onder de naam nikkelmessing wél voor munten gebruikt.

Het is lastig het zinkpercentage in munten nauwkeurig in te stellen.

Zink heeft namelijk een laag kookpunt, zodat een deel van het zink uit de gesmolten legering verdampt.

Messing met weinig zink wordt tombak genoemd; het is o.a. gebruikt voor de Amerikaanse dollarcent van 1944-1946. Hierbij werd 5% zink toegepast.

K.