Ga naar: navigatie, zoeken

Merovingische munten

Merovingische munten, aanduiding voor de munten geslagen door de Frankische koningen (Merovingische dynastie) en de binnen het Frankische rijk werkzame monetarii. De Frankische muntslag begon naar alle waarschijnlijkheid tijdens de regering van Clovis I (481-511) met imitaties van Romeinse munten, vooral van de gouden tremissis (= 1/3 solidus) van 1,52 g van hoog gehalte, die in het Oost-Romeinse rijk en later in het Byzantijnse rijk veel geslagen is. Later worden gewicht en gehalte van de goudstukken minder; na ca. 670 wordt er geen goud meer aangemunt doch uitsluitend zilver.

Grierson en Blackburn verdelen de Merovingische muntslag in drie periodes:

1. ca. 500-ca. 587, imitaties van Romeins/Byzantijnse solidi met een portret op de vz en Victoria op de kz en van tremisses;

2. ca. 587-ca. 670, lokale tremisses van iets lager gewicht (ca. 1,3 g) met vooral namen van talloze lokale muntplaatsen en monetarii (monetarius), met nog steeds een (verbasterd) portret op de vz en op de kz een kruis;

3. ca. 670 tot aan het begin van het Karolingische rijk in 751, zilveren penningen (Lat.: denarii, ev: denarius), meestal zonder de vermelding van muntplaats of monetarius.

Hoewel er weinig organisatorisch verband tussen de diverse muntplaatsen met hun monetarii bekend is, moet het onderlinge contact soms toch vrij groot zijn geweest, zoals blijkt uit de ontwikkeling van het gewicht en gehalte en uit het gebruik van dezelfde stempels of stempels van dezelfde stempelsnijder in verschillende muntplaatsen.

Een extreem voorbeeld hiervan is de "Meester van Hoei", waarvan stempels zijn gebruikt in achttien muntplaatsen, gelegen tussen Keulen, Straatsburg en Soissons.

Van de gouden munten zijn de volgende muntplaatsen in de Nederlanden bekend:

Muntplaats monetarius

Dinant Amelino of Abolino, Cusanc, Madelinus Dorestad Madelinus, Rimoaldus Hoei Bertoaldo, Bettefino, Bobone, Domaricus, Landegisilus, Rimoaldus, Rogoaldus Ivoix (nu Carignan) Mannus Maastricht Adelbertus, Ansoaldus, Boso, Chagnomiris, Cheisilisto, Chrodobertus, Domaricus, Godofridus, Grimoaldus, Hainondes?, Madelinus, Maricoso, Magno of Maganone, Rimoaldus, Thrasemundus Namen Adeleo, Adomaro, Bertelando, Elefet, Teuduchario Tiel (of Nijmegen) anoniem

De gouden Merovingische tremisses zijn in het noorden van Nederland regelmatig geïmiteerd, vooral die van Madelinus. De zilveren penningen uit de Merovingische periode uit Engeland en "Frisia" (globaal Nederland benoorden de grote rivieren) worden meestal sceatta's genoemd.

Lit.: Grierson, P, en M. Blackburn, Medieval European Coinage, I The early Middle Ages, Cambridge 1986; Op den Velde, W., De in Nederland voorkomende sceatta's, De Beeldenaar (1982) 40-52 en 83-96; Pol, A., Remmerden 1988: een vondst van vroeg-middeleeuwse munten bij Rhenen, De Beeldenaar (1989) 39-47.



  • Merovingers sceatta herstaltype.jpg
  • Merovingisch munten franken tremissis.jpg
  • Merovingers, Rimoaldus, monetarius te Hoei, tremissis, 1e helft 7e eeuw, goud, geslagen te Hoei.
  • Merovingische munten tremissis thrasemundus.jpg