Ga naar: navigatie, zoeken

Lapjesgeld

lapjesgeld, primitief betaalmiddel in de vorm van grotere lappen tot kleine reepjes stof, meestal geweven van wol of katoen en dikwijls van geverfde, geborduurde of ingeweven versieringen voorzien, dat in diverse tijdperken en culturen werd gebruikt, o.a. in Afrika, Amerika, op Celebes, in Melanesië en Micronesië, in Mongolië en op IJsland. Aan lappen stof werd geldswaarde toegekend doordat zij een investering in arbeid vergden en doordat zij o.a. voor kleding of lichaamsversiering konden worden gebruikt.

Deze geldswaarde ging later symbolisch over op kleine stukjes stof.

Tijdens de Boerenoorlogen (ca. 1900) in Zuid-Afrika werden lapjes stof van hemden (shirt money) als noodgeld gebruikt voor de provisorische betaling van de bij Upington ingezette troepen. Op het eiland Boetoeng nabij Celebes circuleerden dubbel gevouwen lapjes ter grootte van een langwerpige enveloppe, in verschillende kleuren geweven voor respectievelijk de Sultan en andere Rijksgroten en door die personen in de pasars als betaling gegeven. Het in omloop brengen van de lapjes was dus een voorrecht van de Rijksgroten; ze werden later door de bevolking ingeleverd om belastingen of boeten te voldoen. Van de lapjes is bekend dat ze reeds in 't begin van de 17e eeuw op Boetoeng circuleerden.

De waarde van de lapjes bedroeg 10 stuks voor een duit. Later vervulden ze meer een ceremoniële functie als bruidsgeld. Bij het begin van de 20e eeuw werden de lapjes nauwelijks meer op Boetoeng aangetroffen.

Lit.: Quiggin, A. Hingston, A survey of Primitive Money, Londen 1949 (herdruk 1978); Vissering, G., Muntwezen en Circulatie- banken in Nederlandsch Indië, Amsterdam 1920; Kruyt, Alb. C, Lapjesgeld op Celebes, Tijdschrift voor Indische Taal-, Land- en Volkenkunde, LXXIII (1933) 172-183.