Ga naar: navigatie, zoeken

Handtekeningen op papiergeld

handtekeningen op papiergeld

Algemeen wordt aanvaard dat bankbiljetten en staatspapiergeld het wettelijke karakter van toonderpromesse hebben. Dat is een aan toonder luidende schuldbekentenis. Deze dient ingevolge de wet door de uitgevende schuldenaar (bankdirectie of minister van financiën) te worden ondertekend en de dagtekening van uitgifte te dragen. De handtekeningen werden aanvankelijk handmatig aangebracht. Later werden zij gedrukt, in Nederland sinds de invoering van model Reliëfrand (1860) en in België sedert 1870. Een uitzondering hierop vormen de Nederlandse bankiersbiljetten 1914.

Aangezien bankbiljetten en staatspapiergeld thans de status van wettig betaalmiddel hebben, worden zij ook wel als toonderpapier sui generis beschouwd. Evenals de betalingsclausule (betaalt aan toonder) zouden in dat geval ook de handtekeningen en dagtekening achterwege kunnen blijven, indien uit het biljet duidelijk blijkt wie de uitgevende instantie (bank of staat) is. Opvallend is dat op de tweede reeks beroemde Belgische personages de betalingsclausule en de handtekeningen zijn gehandhaafd, doch dat de dagtekening ontbreekt.

G.



  • Zweden, Karel XII (1697 - 1718), biljet van vijf daler silvermynt 1717, afm. 8,3 x 7,1 cm.
  • Nederland, bankbiljet van 80 gulden, getekend 6 juni 1833 door president, directeuren en secretaris, 21,0 x 9,5 cm.