Ga naar: navigatie, zoeken

Thailand

Thailand, vroeger ook bekend als Siam, koninkrijk in Zuidoost-Azië. Begin 13e eeuw trokken Thaistammen uit Zuid-China naar Zuidoost-Azië, alwaar Thaise stadstaten ontstonden. In 1275 verkreeg Rama Khamheng van Sukhothal de hegemonie over geheel Thailand en een stuk van Noord-Malaya. Ondanks interne machtsstrijd en conflicten met de buurlanden Birma en Cambodja heeft Thailand, op enkele korte periodes na, door de eeuwen heen zijn onafhankelijkheid weten te bewaren, ook tegenover de westerse landen die de omliggende gebieden koloniseerden. In 1932 werd de absolute monarchie veranderd in een constitutionele en in 1969 werd de parlementaire democratie geïntroduceerd. De naam Thailand wordt sinds 1939 gebruikt. Van de 7e tot de 9e eeuw deden zilveren armbanden dienst voor het verrichten van grote betalingen. Voorts werd de zilveren ka'kim gebruikt, konisch van vorm en met een doorboring. Zilverbaren of lats met instempelingen werden eveneens als geld gebruikt. Een andere vorm van betaalmiddel in Siam was de baht of tical, een kogelvormig stuk zilver, voorzien van instempelingen, vermoedelijk geïntroduceerd in de 14e eeuw.

Dit kogelgeld is tot diep in de 19e eeuw vervaardigd, zelfs nog toen onder koning Mongkut (1851-1868) al muntgeld naar westers voorbeeld werd geslagen. De eenheid van het nieuwe systeem bleef de baht of tical, verdeeld in 8 fuang of 64 att. In goud werden munten geslagen van 8, 4 en 2 baht, in zilver van 1 baht en onderdelen tot 1/16 baht en in koper van 4 en 2 att. Op alle nieuwe munten stond op vz de hoge Siamese koningskroon en op kz een olifant in een wiel. Deze voorstellingen bleven tot aan de invoering van het decimale stelsel in 1888 (1 baht = 100 satang) nagenoeg ongewijzigd om vervolgens plaats te maken voor portret en titulatuur van Chulalongkorn (1868-1910).

In 1897 werd de bestaande reeks uitgebreid met nikkelen munten van 20 tot 2½ satang met op vz een aanziende olifantskop die ook te zien is op de baht van Chulalongkorns laatste emissie en op het zilvergeld van zijn opvolger. De satangmunten waren voorzien van een centrale doorboring, hadden op vz een tekst en op kz de chakram. Onder Ananda Mahidol (19331946) verscheen op de emissie satangmunten van 1946 het portret van de jonge koning op vz en op kz een gevleugelde godheid.

Onder Bhumiphol Adulyadet (1946-2016) blijft het portret van de koning op vz gehandhaafd en verschijnt op kz diens familiewapen. Tijdens zijn regering is begonnen met de uitgifte van een uitgebreide reeks herdenkingsmunten met op vz (dubbel)portretten van meerdere leden van het koninklijk huis en een grote variatie aan keerzijdebeeldenaars.

Eind 19e eeuw brachten de Chartered Bank of India, Australia and China, de Hongkong and Shanghai Banking Corporation en de Banque de lTndochine in Thailand bankbiljetten in omloop. In 1902 werd van regeringswege een emissie schatkistpapier in circulatie gebracht. Sinds datzelfde jaar brengt het Ministerie van Financiën papiergeld in omloop, vanaf 1954 in coöperatie met de Bank of Thailand. Voor de Thaise troepen in Vietnam werden Military Payment Certificates van 1, 5 en 20 dollar gedrukt.

Koningen

Rama II: (Phra Buddha Lert La Napoli) 1809-1824

Rama III: (Phra Nang Klao) 1824-1851

Rama IV: (Phra Chom Klao "Mongkut") 1851 -1868

Rama V: (Phra Maha Chulalongkorn) 1868-1910

Rama VI: (Phra Maha Vajirarudh) 1910-1925

Rama VII: (Phra Maha Prajadhipok) 1925-1935

Rama VIII: (Phra Maha Ananda Mahidol) 1935-1946

Rama IX: (Phra Maha Bhumibol Adulyadet) 1946-2016.

W.


Lit.:

Little, S., Banknotes of Thailand, USA 1973.



  • Thailand 1 att 1874.jpg
  • Thailand 1 baht 1974.jpg
  • Thailand 2 baht 1851 1868.jpg
  • Thailand 4 baht kogelgeld.jpg
  • Thailand 5 baht 1979.jpg
  • Thailand tijgertong 14e 16e eeuw.jpg