Ga naar: navigatie, zoeken

Obool

obool, naam van twee muntsoorten

1. tijdens de Griekse en Romeinse periode de benaming voor een munt ter waarde van 1/6 drachme. Oorspronkelijk werden obolen, alsook de onderdelen en de veelvouden ervan, in zilver geslagen, maar sinds de 3e eeuw v.Chr. komen ze ook in brons voor. Het gewicht verschilt naargelang de gebruikte muntstandaard. Onder andere op bronzen munten van Metapontum en Chios (deze laatste dateren uit de keizertijd) wordt deze muntnaam voluit vermeld.

De Griekse term voor obool is obolos, afgeleid van obeliskos of obelos = braadspit. IJzeren braadspitten werden oorspronkelijk in de Griekse wereld als betaalmiddel gebruikt, in het bijzonder te Sparta, Byzantium en Thebe, op sommige plaatsen zelfs tot in de 4e eeuw v.Chr. Er bestond ook een diobool en hemiobool Griekse muntslag.

v.H.

2. In de Middeleeuwen de benaming voor de halve penning (Lat: obolus), als muntsoort ingevoerd tijdens de regering van Lodewijk de Vrome (814-840); penning, muntnaam. Naast ronde munten ter waarde van één obool, circuleerden er in Engeland sinds het midden van de 9e eeuw met een beitel gehalveerde penningen als obool. In de Nederlanden zijn obolen geslagen van de 10e tot het einde van de 13e eeuw; daarna bleef de obool nog lang in gebruik als boekhoudkundige term, afgekort: ob. In Frankrijk werd de obool ook maille genoemd.


  • Obool athene.jpg
  • Obool utrecht bisdom Boudewijn v Holland.jpg