Ga naar: navigatie, zoeken

Macedonië

Macedonië, landstreek op het Balkanschiereiland gelegen ten noorden van Thessalië. Het grondgebied bevatte rijke goud- en zilvermijnen.

Naast de Griekse kolonies die aan de kust lagen, werd ook aangemunt door de verschillende stammen die het binnenland bevolkten; Griekse muntslag. Vanaf de laatste helft van de zesde eeuw v. Chr. produceerden deze stammen zeer grote zilvermunten (zoals de 8- drachme stukken of octadrachmen) voor de export. Op de voorzijde staan vee of paarden afgebeeld, op de keerzijde meestal vierkanten. Zo zien we bij de Derrones ossen, bij de Edoni een herder met ossen, bij de Bisalti een jager met paard. Andere voorstellingen zijn de nimf met sater en soms een kentaur met nimf.

De eerste munten van het in het binnenland gelegen koninkrijk Macedonië (hoofdplaats Aegae) werden rond het begin van de vijfde eeuw v. Chr. geslagen; zij dragen een geit op de voorzijde. De eerste Macedonische vorst wiens naam we op de munten aantreffen is Alexander I (498-451).

In 432 werd het Chalcidisch bondgenootschap opgericht; op de voorzijde van de zilvermunten komt o.a. een Apollohoofd voor, op de keerzijde een lier.

Onder koning Philippus II (359- 336) neemt de macht van de Macedonische vorsten toe en hun territorium en invloedssfeer breiden zich uit. Na 357/6 komt Philippus in het bezit van de mijnen van Pangaeus en van dan af wordt massaal aangemunt.

De zilveren tetradrachmen tonen op de voorzijde het hoofd van Zeus en op de keerzijde een ruiter met palmtak of de koning te paard.

Op de gouden staters zien we een Apollohoofd en een tweespan. Voor het eerst wordt nu in toenemende mate goud aangemunt en slaan verschillende steden, zoals Amphipolis en Pella, munten van hetzelfde type. Alexander de Grote (336-323) zal het principe van een eenheidsmunt verder uitbouwen. Hij verandert wel het gewichtssysteem en de voorstellingen; op de zilveren tetradrachmen zien we nu een Herakleshoofd en een zittende Zeus, op de gouden staters een Athenahoofd en een gevleugelde overwinningsgodin.

Daarnaast worden nog gouden Philippus-staters postuum aangemunt. Ook na het uiteenvallen van het rijk van Alexander en na de inname van Macedonië door de Romeinen in 168 v. Chr. is hier in verschillende gewesten en steden aangemunt (koperen munten tot ver in de Romeinse keizertijd).

De in 1991 uitgeroepen republiek Macedonië heeft sinds 1992 een eigen munteenheid, de denar, ISO 4217 code MKD, die niet gekoppeld is aan de Joegoslavische dinar.

v.H.



  • Macedonië, Alexander I, octadrachme, 476-460 v. Chr., zilver.
  • Macedonië, Philippus II, tetradrachme, 342- 336 v. Chr., muntplaats Pella.