Ga naar: navigatie, zoeken

Kopeke

kopeke, kleinste Russische munteenheid van 1/100 roebel. Oorspronkelijk was het een zilveren muntje met een waarde van 2 dengi, waarvan de naam is afgeleid van de speer in de hand van de erop afgebeelde ruiter.

De zilveren kopeke met dit ruiterportret van de tsaar werd geslagen van de munthervorming in 1534 tot 1719. In koper was er van 1656 tot 1663 al een soort noodgelduitgifte, in 1704 gevolgd door grotere koperstukken in het kader van de munthervorming van Peter de Grote. Na 1720 werd de beeldenaar door toevoeging van een draak gewijzigd van een tsarenportret in een afbeelding van de Heilige Georgius (Sint Joris) welke tot het einde van de 18e eeuw gehandhaafd bleef. Sinds 1926 is de kopeke een klein muntje van aluminium-brons.

Tot 1916 werden ook stukjes van ¼ kopeke (poloesjka) en tot 1928 van 1/2 kopeke (denga) geslagen. Veelvouden in koper waren 2, 3, 5 en 10 kopeke, in zilver 5, 10, 15, 20, 25 en 50 kopeke.

A.



  • Rusland, Paul I (1796-1801), 1 kopeke, 1799, koper.
  • Rusland, 20 kopeke, 1825, zilver.