Ga naar: navigatie, zoeken

Joachimsdaalder

Joachimstaler 047 schlick.jpg

joachimsdaalder, Du. Joachimstaler guldengroschen, kortweg talergroschen of taler;

oorspronkelijk een groot zilverstuk ter waarde van 1 Rijnse goudgulden (guldengroschen en guldiner), sinds 1519 te Joachimsthal in Bohemen (thans Jachimov in Tsjechoslowakije) door rijksvrijheer Stefan Schlick, graaf van Bassona (Passaun), en diens broers in navolging van de Saksische guldengroschen geslagen van zilver dat in het zuidelijke Ertsgebergte werd gedolven.

Het gewicht van de munt was 29,23 g, het zilvergehalte 0,931 en de diameter 40,3 mm. Op vz de Boheemse leeuw en de naam van koning Lodewijk II van Bohemen (1516-1526); op kz St.-Joachim met het wapen van de heren van Schlick. In 1528 werd na de dood van Stefan (1526) en zijn broer Hendrik (1527) het in 1489 aan hun vader Caspar verleende muntrecht door koning Ferdinand I ingetrokken en werd Joachimsthal één van de koninklijke munthuizen in Bohemen.

Er zijn dubbele, enkele, halve en kwart joachimsdaalders geslagen.

De Latijnse naam is ioachimus; Frans jocondale, Russisch jefimok.

Door de grote oplage van 2,2 miljoen kreeg de munt een grote verbreiding en werd zijn naam een verzamelnaam voor alle Duitse daalders in de eerste helft van de 16e eeuw.

G.

Lit.:

Gelder, H. Enno van, Geschiedenis van de Rijksdaalder, Muntverslag over het jaar 1950 (Den Haag 1951) 41-48;

idem, De daalder in Nederlandse geïllustreerde muntboeken, JMP74 (1987) 21 e.v.