Ga naar: navigatie, zoeken

Cash

cash,

1. aanduiding voor de kleinste bronzen munteenheid in een groot deel van Azië, afgeleid van het woord karsha in het Sanskriet dat een gewicht aangeeft. Het gebruik van dit woord breidde zich onder invloed van de handel van de koloniale mogendheden sinds de 16e eeuw over een steeds groter gebied uit. Ook de Chinese ch'ien werd in het gebruik buiten China cash genoemd. Het woord komt voor op de munten van diverse gebieden onder het beheer van de Britse Oost-India Compagnie (EIC) en van zelfstandige vorstendommen in Zuid-India. De inlandse benaming was kasu, de Deense en Nederlandse benaming kas, en cassie, de Franse cache en de Portugese caixa;

2. Engelse benaming voor de Chinese gegoten munten met vierkant gat, zoals die gewoonlijk in brons, maar soms ook in ijzer en zink met een min of meer vast gewicht van één ch'ien of 1/10 tael sinds het begin van de 7e eeuw werden gemaakt. De voorlopers ervan werden al in de 6e eeuw v. Chr. ten tijde van de Chou dynastie ingevoerd en hadden soms ronde, soms vierkante gaten en een wisselend aantal schrifttekens. Aanvankelijk werden hiermee vooral gewichten aangeduid, waarvan de belangrijkste waren Pan Liang of half Liang (tael) en Wu Chu of 5 Chu (1/12 tael).

Het standaardtype werd ingevoerd door keizer Kao Tsu (618-627) van de T'ang dynastie. Dit type met vier schrifttekens, één aan iedere zijde van het vierkante gat, twee voor de naam van de regeringsperiode en twee met de betekenis hemelse of gangbare munt, bleef gedurende dertien eeuwen nagenoeg onveranderd. Het schrift bestaat gewoonlijk uit verschillende calligrafische vormen van het Chinees, maar ten tijde van de Yuan of Mongolendynastie uit Phagspa of Mongools zegelschrift en uit Uigur of "gewoon" mongools schrift op de Manchu munten van 1616-1627 vóór de vestiging van hun dynastie in geheel China.

De keerzijde bleef, ook weer met enkele uitzonderingen, leeg tot in de 9e eeuw, toen het gebruikelijk werd er een muntplaats op aan te geven. In de 12e eeuw volgden de regeringsjaren. Op de in verschillende perioden gegoten veelvouden, die als tekenmunten zijn te beschouwen, komen ook waardecijfers voor, in de 19e eeuw zelfs tot 1000 toe. Onder de Ch'ing of Manchu dynastie (1644-1912) werd het gewoonte de uitgevende instantie in het van het Mongools afgeleide Manchuschrift op de keerzijde aan te geven. Ook voor grotere transactie was de ch'ien eeuwenlang het enige betaalmiddel. Daartoe werden er 100 (1 chiao) of 1000 (1 kwan) tot een streng geregen, overeenkomend met resp. 1/10 en 1 tael in zilver, of later met een zilveren dollar. Eerst na de invoering van de muntmachine in China in 1888 werd de cash ook geslagen.

Gegoten exemplaren werden evenwel nog tot even na het begin van de revolutie in 1911 aangemaakt. Daarna bleef het munttype, vooral buiten de steden nog enkele tientallen jaren circuleren. Ook als munteenheid bleef de cash nog geruime tijd gehandhaafd, vooral in de vorm van munten van 10 cash = 1 cent.

A.

Lit.: Schjöth, F., Chinese currency, Oslo 1929, Plant, R. J., Greek, Semitic, Asiatic coins and how to read them, New York 1979.


  • Cash china 1000 cash 1842.jpg
  • Cash china 1736 1795.jpg
  • Cash india mysore 5 cash 19e eeuw.jpg
  • Cash ramboetsedanas met cashmunten bali.jpg