Ga naar: navigatie, zoeken

Utrecht, gewest

Utrecht, gewest, hoewel het gewest Utrecht in 1528 aan Karel V was gekomen, werd er pas in 1567 in de stad een landsheerlijk munthuis opgericht. In 1577 namen de Staten van Utrecht het beheer over. Tot de "afzwering" in 1581 werd daar op naam van Philips II gemunt. Het Utrechtse provinciale munthuis ontwikkelde zich tot een van de meest productieve van de Republiek. Alle generaliteitstypen werden hier geslagen, met uitzondering van de tien stuiver van de emissie 1606, de halve driegulden en de twee gulden 1694. Tevens werden hier, net als in het Hollandse munthuis te Dordrecht de "betere" provinciale typen geslagen.

Toen eind 1806 de nog bestaande provinciale munthuizen werden opgeheven, werd het Utrechtse gehandhaafd als munthuis voor het koninkrijk Holland (Holland, koninkrijk). Aanmunting op naam van de provincie duurde echter voort tot 1808. Na de inlijving door Napoleon in 1810 werden Utrecht en Rome de enige, buiten Frankrijk gelegen keizerlijke munthuizen. Te Utrecht sloeg men toen in 1812-1813 gouden munten van 20 frank en zilveren munten van 5, 2, 1 en een ½ frank met het portret van Napoleon.

Het provinciale wapen bestond tot in het begin van de 17e eeuw uit een klimmende leeuw met een andrieskruis op de schoft, daarna gevierendeeld: 1 en 4 in goud een rode klimmende leeuw, 2 en 3 in rood een zilveren kruis, sedert 1705 met het wapen van de stad als hartschild (rechtsgeschuind zilver en rood). De provinciale spreuk luidde: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT (CRESCVNT werd na 1863 vervangen door: CRESCUNT). Het muntteken was het stadswapen van Utrecht, op de keizerlijke munten een visje.

In 1795 heeft Utrecht provinciale recepissen uitgegeven, deze zijn echter niet teruggevonden.

Lit.:

Wiel, A.H.N, van der, Muntboek Utrecht, provinciale muntslag 1571-1795, Sas van Gent 1999;

Wiel, H.J. van der, De Munten van Utrecht 1576-1795 in: Vries, P.Ch. de, en H.J. van der Wiel, Compendium van de munten der Zeven Verenigde Nederlanden van 1576-1795, Rotterdam/Gouda 1961;

idem, Drieguldens, guldens en halve guldens van Utrecht, JMP (1960), 59-79;

idem, Dukatons en halve dukatons van Utrecht, JMP (1961) 43-57;

idem, Leeuwendaalders van Utrecht, JMP (1962) 41-54;

idem, Zilveren dukaten van Utrecht, JMP (1964) 1-16;

idem, Rijksdaalders van Utrecht, (1606-1700) JMP (1965/66) 14-28;

idem, De Utrechtse daalders, JMP (1968) 46-51;

idem, De gouden rijders van Utrecht, JMP (1969/70) 49-62;

idem, Dukaten en dubbele dukaten van Utrecht, JMP (1975-1977) 63-114, (1981) 57-58;

idem, Prinsendaalders van Utrecht, JMP (1978/79) 81-89;

idem, De Uniemunten van Utrecht, JMP (1990) 91-98;

idem, De ruiterschellingen van Utrecht, De Beeldenaar (1980) 107-108;

idem, De scheepjesschellingen van Utrecht, De Beeldenaar (1983) 45-48;

idem, De spanhaanschellingen van Utrecht, De Beeldenaar (1983) 200-201 (1984) 126;

idem, De roosschellingen van Utrecht, De Beeldenaar (1984) 125-127;

Wis, J.C. van der, De klop "Utrechts stadswapen" als onderdeel van de sanering van de Utrechtse duitencirculatie, De Beeldenaar (1978) 17-20.


  • Utrecht bataafse republiek rijksdaalder 1808.jpg
  • Utrecht frankrijk 061 5 francs.jpg
  • Utrecht gewest daalder 30 st 1687.jpg
  • Utrecht gewest driegulden 1763.jpg
  • Utrecht gewest ducaton 1748.jpg
  • Utrecht gewest leeuwendaalder 1589.jpg
  • Utrecht gewest leeuwendaalder 1598.jpg
  • Utrecht luxemburg 10 ct 1870 gesl Brussel met utr muntteken.jpg
  • Utrecht napoleon 20 fr 1813.jpg
  • Utrecht philips II philipsdaalder 1574.jpg
  • Utrecht provinciale ruiterschelling 1681.jpg
  • Utrecht statenstuiver 1578.jpg