Ga naar: navigatie, zoeken

Pieter, gouden

pieter, gouden, of pietersgulden, benaming voor een gouden munt van Brabant, ingevoerd ca. 1370 door Johanna en Wenceslaus en geslagen te Leuven met een gewicht van 4,06 g en een gehalte van 0,990. Het type werd ontleend aan de zilveren pieter (pieter, zilveren): op de vz het borstbeeld van Sint Pieter (patroon van Leuven) achter het wapenschild van Wenceslaus; op de kz een gebloemd kruis binnen de spreuk CHRISTUS VINCIT, CHRISTUS REGNAT, CHRISTUS IMPERAT. In 1392 liet Johanna op verlaagde voet ook dubbele gouden pieters slaan.

Tijdens Philips van St. Pol (1427- 1430) en Philips de Goede (1430- 1467) werd de gouden pieter aangemunt op een voet van 3,6 g a 0,917 en met de spreuk PAX CHRISTI MANEAT SEMPER NOBISCUM.

De gouden pieter werd nagevolgd door de Luikse bisschoppen Jan van Arkel (1364-1378) en Jan van Heinsberg (1419-1455), door Jan III van Luxemburg als graaf van Ligny en Saint-Pol (1430-1440) en Dirk van Bronckhorst als heer van Batenburg (1432-1456).

G.