Ga naar: navigatie, zoeken

Numismatiek

numismatiek, wetenschap die de productie en het gebruik van het tastbare geld (munten, papiergeld, tokens, primitief geld), voorwerpen die daarmee een directe relatie hebben (muntgewichten, muntgewichtdozen, muntgewichtdoos), publicaties betreffende de geldomloop (beeldenaar, manuaal) en penningen, tot onderwerp heeft.

De numismatiek ontwikkelde zich tijdens de Renaissance als de wetenschap die zich bezighield met munten en de daarmee vormverwante penningen en gesneden stenen. In de 19e eeuw werd het terrein verbreed tot al het tastbare geld en voorwerpen met een (beperkte) geldfunctie, zodat nu ook bijvoorbeeld de bestudering van automaatpenningen tot de numismatiek gerekend kan worden.

De numismatiek kent drie soorten bronnen:

1. schriftelijke bronnen als wet- en regelgeving, eigentijdse documenten over het gebruik van geld enz.,

2. schatvondsten en

3. het bestuderen van de voorwerpen zelf.

Bij de eerste groep bronnen speelt de economische en politieke geschiedenis een belangrijke rol, bij de schatvondsten de archeologie en bij het bestuderen van de numismatische voorwerpen zelf de materiaalkunde, de metrologie, de heraldiek en de kunstgeschiedenis.

Aan de basis van elke numismatische activiteit ligt het verzamelen van de voorwerpen, daarna volgt de beschrijving en de ordening (meestal in de tijd). Hierbij hebben numismaten eigen technieken ontwikkeld, waarvan die van de stempelkoppeling vooral voor de antieke numismatiek van grote waarde is.

Tot in de 19e eeuw is de numismatiek vooral beschrijvend en ordenend van karakter geweest. Dit uitte zich in grote reeksen catalogi die ook nu nog veel gebruikt worden.

Vanaf het midden van de 19e eeuw werd de numismatiek meer en meer gezien als een onderdeel van de historische wetenschap en nam het gebruik van schriftelijke bronnen toe, vooral bij de bestudering van de middeleeuwse en moderne numismatiek die nu meer in de belangstelling kwam. Daarvóór ging de aandacht meer uit naar de klassieke numismatiek (Grieken en Romeinen) en naar de penningen. In Nederland was Van der Chijs hierin een pionier. In de 20e eeuw werd vooral de relatie met de economische wetenschap van belang.

Lit.:

Grierson, Ph., Numismatics, Londen 1975;

Luschin von Ebengreuth, A., Algemeine Münzkunde und Geldgeschichte, 2e druk, München 1926 (onveranderde herdruk München 1969).