Ga naar: navigatie, zoeken

Muntmeesters Friesland

muntmeesters Friesland,

muntmeester in functie muntmeesterteken muntplaats
2.1 Friesland, heerlijkheid
N.N. 1498-1499 S
Johan van Papenvelt 1499-1501? ?
Johan Rataller 1501-1504 ?
Mathias Nij(e)kamer 1504 F?
Hero Voydes 1505-1507 L
Johan Rataller 1507-1515 L
Munt gesloten 1515-1527
Frank van Papenvelt 1527-1530 L
2.2 Friesland, gewest
Lodewijk Alewijn 1580-1590 L
Willem van Vierssen 1586-1616 L, R
Jurriaan van Vierssen 1616-1643 L
Gillis van Vierssen 1643-1648 L
Willem van Vierssen 1648-1652 L
Coenraad Raerd 1652-1657 L
Munt gesloten 1657-1659
Daniël Valckenier 1659-1688 L
Johannes Henricus Valckenier 1688-1699 L
Onesius Fridericus van Glinstra 1701-1704 niet gemunt
Daniël Valckenier (waarnemend) 1702-1704 L
Herbert Marinus 1704-1719 meerman L
Albertus Ketel 1719-1721 L
Henricus Dortsman 1721-1752 L
2.3 Bolsward, stad
Jan van der Nat 1472-voor 1481 B
2.4 Franeker, stad
Sicke Sjaerdema 1485-1487 F
Douwe Sjaerdema 1487-1492? F
2.5 Leeuwarden, stad
Johan Renger van der Post 1474-1493 L
muntmeester in functie muntmeesterteken muntplaats
B = Bolsward
F = Franeker
L = Leeuwarden
R = Reiderschans
S = Sneek


2. Friesland

2.1 Friesland, heerlijkheid, Saksische hertogen.

In 1515-1527 was de Munt gesloten en in 1530 werd de Friese heerlijke Munt definitief gesloten. Er is gemunt te Sneek (1498-1499), Leeuwarden (1505-1515 en 1527-1530, toen muntteken leeuw) en mogelijk te Franeker in 1504.

Opmerkingen:

N.N. (1498-1499) Volgens Van der Chijs (Chijs, P.O.) was dat Mathias/Mattheus Nij(e)kamer.

Johan van Papenvelt/von Pappenfelt (1499-1501?) kwam in 1499 in Saksische dienst. Hij is waarschijnlijk dezelfde als de Utrechtse muntmeester van het Nedersticht en Oversticht van 1492-1494 en 1494-1499. Hij was generaal-meester in 1513-1535.


Johan Rataller/Rattaler (1501-1504 en 1507-1515) was, net als zijn voorganger Johan van Papenvelt, ook rentmeester-generaal van Friesland. Hij was van 1527-1530 waardijn van de Friese Munt.


Mathias/Mattheus Nij(e)kamer (1504) was sinds 1485 muntmeester van Oost-Friesland. Hij overleed te Franeker in 1504, het jaar dat hij in Saksische dienst kwam. In 1478-1480 was hij muntmeester van Holland.


Hero Voydes (1505-1507) heeft het muntmeesterschap slechts kort uitgeoefend.


Frank van Papenvelt (1527-1530) was daarvóór muntmeester te Hasselt (Oversticht) en daarna van Overijssel.


Lit.:


Stuurman, J.G., Saksische hertogen in Friesland (1498-1515). Aspiraties en muntslag. JMP (2001) 73-174.


2.2 Friesland, gewest


Munt te Leeuwarden, muntteken: klimmende leeuw (uit stadswapen) en van 1591-1594 ook te Reiderschans, muntteken: blokje. De Munt werd in 1752 officieel gesloten en het munthuis in 1756 voor de sloop verkocht.


Opmerkingen:


Lodewijk Alewijn (1580-1590) was daarvóór werkzaam als muntmeester te Vianen en als essayeur te Utrecht. Zie aldaar voor meer biografische gegevens. Hij was een broer van de Gelderse muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn.


Willem van Vierssen (geb. 1563-ovl. 1641) was zoon van Matthijs van Vierssen, muntmeester te Vianen (en waarschijnlijk van Bergh), en stiefzoon van zijn voorganger Lodewijk Alewijn, met wie hij al vanaf 1586 samenwerkte.


Jurriaan van Vierssen (1616-16430 was de tweede zoon van zijn voorganger Willem van Vierssen.


Coenraad Raerd (1652-1657): na zijn vertrek naar Groningen is de Munt twee jaar gesloten geweest.


Johannes Henricus Valckenier (1688-1699) was een zoon van zijn voorganger Daniël Valckenier. Na zijn dood in 1699 lag de productie stil tot 1702.


Daniël Valckenier (waarnemend) was daarvoor al muntmeester geweest van 1659-1688.


Herbert Marinus (1704-1719) was een zoon van Egbert Marinus, muntmeester van Groningen (stad).


Albertus Ketel (1719-1721) trad af wegens zijn benoeming tot kamerbode van Gedeputeerde Staten van Friesland.


Henricus Dortsman (1721-1752): de muntslag lag in feite al stil vanaf zijn benoeming in 1721: van hem is alleen een stuiver van 1738 bekend. Na zijn dood in 1752 werd geen nieuwe muntmeester meer benoemd.


2.3 Bolsward, stad


Opmerkingen


Jan van der Nat (1472-voor 1481): mogelijk is hij dezelfde als de muntmeester van Leuven van 1489. Van der Chijs noemt in de Munten van Friesland, Groningen en Drenthe, Haarlem 1855, blz. 105, een muntmeester Jan van der Riet, burger van Utrecht, die muntmeester van Bolsward is geweest. Deze naam blijkt op een transcriptiefout te berusten. In werkelijkheid staat er in het betreffende document de naam van Jan van der Nat, waardoor er dus maar één muntmeester in Bolsward is geweest in de periode ca. 1472-vóór 1481.


Jan van der Nat is voor de Grote Raad van Mechelen gedaagd wegens valsemunterij. Mogelijk was hij betrokken geraakt bij de machtsstrijd te Bolsward ca. 1480 en had de beschuldiging door de nieuwe machthebbers van Bolsward (mede) een politiek karakter, want de Grote Raad heeft berust in de vrijspraak door de Raad van Utrecht; zie: A.H. Huussen jr. Het proces voor de Grote Raad van Mechelen tegen de Bolswarder muntmeester Jan van der Nat, Vereeniging tot uitgaaf der bronnen van het oud-vaderlandsche recht, Verslagen en Mededelingen XIII, nr. 3, (1971) 529-549.


2.4 Franeker, stad


Sicke Sjaerdema (1485-1487) werd benoemd op 16 april 1485. Hij overleed in 1487 en werd opgevolgd door zijn zoon Douwe.


Douwe Sjaerdema (1478-1506) kan, als negenjarige, onmogelijk zelf gemunt hebben.


2.5 Leeuwarden, stad


Munt actief ca. 1420-1440 en ca. 1471-1493.


Van de stedelijke munten van Sneek en Workum zijn geen muntmeesters bekend.

Terug naar muntmeesters