Ga naar: navigatie, zoeken

Muntloon

muntloon, vergoeding die aan een muntbedrijf wordt betaald voor het laten slaan van munten. In de tijd, dat de munten hun waarde ontleenden aan hun intrinsieke waarde aan edel metaal, bestond het muntloon uit de marge tussen de inkoopprijs van de edele metalen en de nominale waarde van de daaruit vervaardigde munten, verminderd met een aantal kosten.

Van het muntloon moesten enerzijds de bedrijfskosten, bestaande uit lonen en salarissen van het personeel, de kosten van gereedschappen en materialen en eventuele andere verplichtingen zoals de huur van gebouwen, worden betaald en anderzijds een vast bedrag per munt aan de overheid, sleischat of seigneurage genoemd, worden afgedragen. Tegenwoordig wordt het muntloon alleen bepaald door de exploitatiekosten van het muntbedrijf en gaat het verschil tussen de tekenwaarde van de munt en de door het muntbedrijf in rekening gebrachte kosten van fabricage naar de uitgevende overheid.

W.

Lit.: Gelder, H. E., van, De Nederlandse munten. Utrecht/Antwerpen, 8e herziene en aangevulde druk, Utrecht 2002, blz. 118- 121.