Ga naar: navigatie, zoeken

Levol

Nederland, Willem III, 10 cent, 1853, zilver, proef met instempeling 718, uitvergroting.

levol, zilvergehalte van 718/1000.

Door proeven in Parijs ontdekte M.A. Levol, ca. 1850, dat een zilverlegering met 718/1000 zilver en 282/1000 koper betere gieteigenschappen heeft en homogener gietstukken levert dan andere samenstellingen.

In 1853 werden deze proeven in Nederland herhaald door A. Vrolik, voorzitter van het Munt-College, met hetzelfde resultaat. Uit dit proefmateriaal zijn kwartjes, dubbeltjes en stuivers geslagen met jaartal 1853 en op de voorzijde de instempeling 718. Op grond van deze proeven werd in 1854 voor Ned. Indië het zilvergehalte 0,720 ingevoerd voor de 1/4, 1/10 en 1/20 gulden.

In Nederland werd dit gehalte in 1921 ingevoerd voor de rijksdaalder, gulden en halve gulden. Uit onderzoek na 1854 bleek dat een zilver-koperlegering met 720/1000 zilver een zogenaamd eutectische samenstelling heeft met een smeltpunt van 779 °C.

K.

Lit.: Schulman, J., Nederlandse munten van 1795 tot 1961. Amsterdam, 1962; Levol, M.A., Memoires sur les alliages, Extrait de la Revue scientifique et industrielle, Paris, 1852.