Ga naar: navigatie, zoeken

Leiden

Leiden, muntplaats, gemeente in de provincie Zuid-Holland, waar mogelijk de munten zijn geslagen met de teksten FLORENTIVZ en LEITHERI(C) BVRGH, die door Potin toegeschreven worden aan de Hollandse graaf Floris I (1049-1061) en die geslagen zouden zijn aan het einde van zijn regering.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kreeg het stadsbestuur van Leiden op 17 augustus 1573 toestemming van de Staten van Holland om koperen oordjes te slaan ten behoeve van het Catharina gasthuis. Twee maanden later werd Leiden door de Spaanse troepen ingesloten en zijn er in december 1573 papieren noodmunten (noodgeld) uitgegeven van één gulden en een kwart gulden.

Rond maart 1574, waarschijnlijk na het tijdelijk opbreken van het Spaanse beleg, zijn er ronde, zilveren munten van één gulden en een kwart gulden geslagen en koperen munten van een groot of halve stuiver.

Zie voor de overige muntplaatsen in de Nederlanden de lijst muntplaatsen.

Na het einde van het tweede beleg zijn er veel verzamelaarsvervalsingen van deze noodmunten geslagen, onder andere zilveren guldens en kwart guldens op vierkante plaatjes en papieren munten van 30, 28 en 14 stuiver.

Na het binnenvallen van de Franse troepen zijn er te Leiden in juli 1795 recepissen uitgegeven. Tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij op 8 augustus 1914 noodbiljetten uitgegeven om de lonen te kunnen betalen.

Zie voor de overige plaatsen in de Nederlanden waar papiergeld is uitgegeven de lijst papiergeldplaatsen.

Lit.: Beek, E.J.A. van, Enige opmerkingen over de Leidse munten van 1573 en 1574, JMP (1971/72) 152-158; Gelder, H.E. van, De Nederlandse noodmunten van de Tachtigjarige Oorlog, 's-Gravenhage 1955 (21-25); Potin, V.M., De Hollandse muntslag in de 11e eeuw, JMP (1965/1966) 8-13.


  • Leiden armengeld loodje 1758.jpg
  • Leiden catharina gasthuis oord 1573.jpg
  • Leiden noodmunt 1 gld 1574 papier.jpg
  • Leiden noodmunt papier 091.jpg