Ga naar: navigatie, zoeken

Cartwheel

Cartwheel groot brittannie 1 penny 1797.jpg

cartwheel, bijnaam voor de Engelse grote koperen munten van 1 en 2 penny (twopence), ingevoerd in 1797 als poging om de veelvuldig circulerende koperen tokens te vervangen, die door particulieren werden geslagen. De behoefte hieraan was ontstaan door de onvoldoende aanmuntingen van koninklijk kleingeld (in de 18e eeuw werden alleen halfpennies geslagen tot 1775). De overheid was in Engeland al vanaf de 17e eeuw bevreesd geweest voor de emissie van tekengeld, omdat dit inflatie in de hand zou werken (wet van Gresham).

Bovendien hanteerde men het argument dat kopergeld gemakkelijk na te maken was en dat er in tegenstelling tot het vervalsen van gouden en zilveren munten te kleine straffen op stonden. Veel zin had deze houding niet omdat er hierdoor zeer veel particulier kopergeld in omloop was. De cartwheels werden in opdracht van de regering geslagen bij het particuliere munthuis van Boulton, omdat die over de moderne, zware apparatuur beschikte voor deze grote munten, in tegenstelling tot de Royal Mint in de Tower. Om het vertrouwen van het publiek te winnen gaf Boulton ze een gewicht van 1 resp. 2 ounce (28,35 gram resp. 56,7 gram), waardoor de intrinsieke waarde de nominale waarde benaderde. Het nadeel was echter, dat vooral de twopence veel te groot en te zwaar voor het dagelijks gebruik was, waardoor het experiment mislukte. Na het uitbrengen van een halfpenny in 1799, werd de productie vlak daarna gestaakt. Hierdoor had ook het gelijktijdig verbod op het gebruik van tokens geen enkel effect.

Het uiterlijk van de cartwheels is zeer opvallend: een verhoogde brede rand met daarin een incuus (verzonken) omschrift; zie ook: Groot-Brittannië.