Ga naar: navigatie, zoeken

Javasche Bank: verschil tussen versies

k (1 versie geïmporteerd)
 
(3 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven)
(geen verschil)

Huidige versie van 5 feb 2017 om 23:51

Javasche Bank, De, circulatiebank voor Nederlandsch-Indië, op aandringen van de kooplieden in 1828 opgericht als emissiebank naar het voorbeeld van de Nederlandsche Bank. Zij bezat o.a. het recht tot discontering van wissels, belening van goederen, handel in edele metalen en emissie van bankbiljetten.

Op dit uitgifterecht bezat zij evenwel niet het monopolie. Na een eerste bankbiljettenemissie in 1828 deponeerde de overheid een grote hoeveelheid koper bij de Bank en dwong haar op grond daarvan tot uitgifte van de kopercertificaat of koperen bankpapier. Door deze certificaten en door roekeloze kredietverlening raakte de Bank in moeilijkheden: in 1839 was zij niet meer in staat haar biljetten te verzilveren.

Daarom verbood de overheid in 1845 tijdelijk de betaalbaarstelling van de bankbiljetten en verving zij vanaf 1846 de kopercertificaten door de zilverrecepis. Hierdoor kon de Bank haar crisis langzaam aan te boven komen.

Ook een tweede crisis, veroorzaakt door invoering van de gouden standaard in 1877, werd door haar overwonnen. In 1881 werd haar rechtsvorm van een "compagnieschap onder firma" omgezet in een naamloze vennootschap en in 1914 kregen haar biljetten de status van wettig betaalmiddel. In 1951 werd de Bank door Indonesië genationaliseerd. Als centrale bank van deze jonge republiek werd haar naam in 1953 gewijzigd in Bank Indonesia.

Het emissierecht van de Javasche Bank beperkte zich aanvankelijk tot de coupures van 1000, 500, 300, 200, 100, 50 en 25 gulden. Na toestemming van de regering introduceerde zij in 1859 een coupure van ƒ 10 en in 1866 van ƒ 5. In 1919 volgden de coupures van 20, 30 en 40 gulden en in 1948 van ½, 1 en 2 ½ gulden.

De biljetten van de emissie 1919 (20, 30 en 40 gulden met afbeelding van het bankgebouw te Batavia) werden gedrukt door de American Bank Note Company. Alle overige biljetten door Joh. Enschedé; de emissies 1828 en 1851 in boekdruk met muziektekens van Fleischman. De emissies 1864-1924 dragen veelal het gegraveerde portret van de stichter van Batavia, Jan Pietersz. Coen (1587-1629). In 1933 werd een reeks met afbeeldingen van Javaanse dansers naar ontwerp van C. A. Lion Cachet ingevoerd; de laatste emissie van 1946-48 is gewijd aan de flora en het landschap van Indië.

G.

Lit.:

Encyclopaedie van Nederlansch- lndië, I 's-Gravenhage en Leiden 1917 blz. 145-158, met literatuuropgave;

Mevius, J., Catalogue of paper money of the V.O.C., Netherlands East Indies and Indonesia, from 1782 tot 1981 Vriezenveen 1981.



  • Javasche bank 200 gld.jpg
  • Javasche bank 25 gld.jpg
  • Javasche bank 5 gld 1926.jpg
  • Javasche bank Nederlandsch Indie kopercertificaat.jpg
  • Javasche Bank wajangserie 10 gld 1938.jpg