Ga naar: navigatie, zoeken

Wilhelmina

Wilhelmina, voluit Wilhelmina Helena Pauline Maria (1880-1962), dochter van koning Willem III en diens tweede echtgenote Emma van Waldeck-Pyrmont. Zij werd na de dood van haar halfbroer Alexander in 1884 troonopvolgster en na de dood van haar vader in 1890 koningin der Nederlanden, aanvankelijk tot 1898 onder regentschap van haar moeder Emma.

Ze trouwde in 1901 met hertog Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934). In 1948 abdiceerde zij ten gunste van haar dochter Juliana, nadat de laatste reeds van 14 oktober tot 1 december 1947 en opnieuw van 12 mei tot 30 augustus 1948 als regentes had gefungeerd.

Tijdens haar lange regeringsperiode zijn van haar tien typen afbeeldingen op munten en papiergeld gebruikt, te weten op de munten:

Type 1, meisjeshoofd met loshangend haar naar links naar het ontwerp van Jünger op gouden en zilveren munten. Om aan het meisjesportret iets van koninklijke waardigheid te geven, draagt de jonge koningin een parelsnoer om de hals. We treffen het voor het eerst aan op enkele muntproeven uit 1891 en daarna op gouden tientjes en op zilveren guldens, kwartjes en dubbeltjes uit de periode 1892-1897. Dit munttype was in Nederlandsch-Indië niet populair, omdat het niet strookte met de opvattingen van de Nederlandsch-Indische bevolking over hoe een koningin eruit zou moeten zien.

Type 2, hoofd met diadeem, kroningstype, naar rechts op gouden en naar links op zilveren munten naar het ontwerp van Pander. Type 2 komen we tegen op gouden tientjes en zilveren munten van 2½, 1 en ½ gulden en van 25 en 10 cent uit de periode 1898-1909. Voorts staat het op de ¼ gulden 1901 en de 1/10 gulden 1900 voor de KOLONIE CURAÇAO.

Type 3, met een hermelijnen mantel gedrapeerd borstbeeld naar rechts op gouden en naar links op zilveren munten naar het ontwerp van Wienecke. Dit type is gebruikt op gouden munten van 10 en 5 gulden en op zilveren munten van 1 en ½ gulden en van 25 en 10 cent uit de periode 1910-1925. Van de rijksdaalder zijn wel muntproeven gemaakt, maar deze is nooit in productie genomen. Voorts komen we type 3 tegen in een zeshoek links op de voorzijde van zilverbons van 1 gulden type 1920 en type 1938.

Type 4, ouder hoofd naar rechts op gouden en naar links op zilveren munten naar het ontwerp van Wienecke. Dit type treffen we aan op gouden tientjes en op zilverstukken van 2½, 1 en ½ gulden en van 25 en 10 cent uit de periode 1921-1941. De rijksdaalders kennen een fijne en een grovere uitvoering van het haar: Wilhelmina grof haar. Type 4 is eveneens gebruikt voor de tijdens de Tweede Wereldoorlog in de jaren 1943-1945 voor Nederland in de Verenigde Staten in Denver, Philadelphia en San Francisco geslagen zilveren munten van 1 gulden en 25 en 10 cent (mt P, S of D, mmt eikel), in 1943 voor Nederlandsch-Indië naar Nederlands model te Denver (mt D, mmt palmboom) geslagen zilveren rijksdaalders en guldens en in de jaren 1941-1943 voor circulatie op de Nederlandse Antillen en in Suriname eveneens naar Nederlands model te Philadelphia (mt P, mmt palmboom) geslagen kwartjes en dubbeltjes. Type 4 wordt bovendien nog aangetroffen op in 1944 in Denver (mt D, mmt palmboom) geslagen zilverstukken van 2½, 1, ¼ en 1/10 gulden en op in 1947 in Utrecht geslagen zilveren munten van ¼ en 1/10 gulden met het opschrift MUNT-VAN-CURAÇAO.

Type 5, nog ouder hoofd met diadeem naar links naar het ontwerp van Wenckebach. Dit type komen we tegen op nikkelen munten van 25 en 10 cent en op bronzen munten van 5 en 1 cent 1948, alsmede op zilveren munten van 1/10 gulden 1948 van Curaçao. Voorts is het gebruikt voor het bevrijdingstientje 1970.

Op de biljetten:

Type 6, meisjeshoofd met loshangend haar naar links, kijkend over de linker schouder, op het muntbiljet van 10 gulden, model 1894.

Type 7, met een hermelijnen mantel naar links, op het muntbiljet van 10 gulden, model 1898.

Type 8, aanziend borstbeeld, bijna te halven lijve, omhangen met de hermelijnen mantel. Op het hoofd draagt de koningin een diadeem en om de hals een collier. Dit type is gebruikt voor muntbiljetten van 1 en 2½ gulden type 1919 voor Nederlandsch-Indië, die gedrukt zijn door de American Bank Note Company te New York. In tegenstelling tot type 1 sloot het portret op deze biljetten wel aan bij de opvattingen van de bevolking in Nederlandsch-Indië over hoe een koningin eruit zou moeten zien.

Type 9, borstbeeld naar links, jurk met V-hals en ketting met hanger om de hals en kijkend over de linker schouder. Type 9 treffen we aan op muntbiljetten van 1, 2½, 10, 50 en 100 gulden 1943. Voorts komt het voor op bankbiljetten ter waarde. van ½, 1, 2½, 5, 10, 25, 50, 100 en 500 Nederlandsch-Indische Gouvernementsgulden 1943. Alle biljetten zijn gedrukt door de American Bank Note Company te New York.

Type 10, borstbeeld naar rechts, jurk met V-hals en ketting met hanger om de hals en het hoofd naar rechts gewend. Dit type komt alleen voor op muntbiljetten van 1 en 2½ gulden 1945 die zijn gedrukt door Thomas de la Rue Limited te Londen. Type 9 en 10 zijn beide ontleend aan een foto van de fotograaf Hartz.

W.

Lit.:

Jacobi, H.W., en E.J.A. van Beek, Geld van het Koninkrijk, Amsterdam 1988;

Scheffers, A.A.J., en M.A.A. Georgiades, 100 jaar vorstinnen op munten en penningen, Utrecht 1990.


  • Wilhelmina 10 gld 1943.jpg
  • Wilhelmina 1 gouvernementsgulden 1943.jpg
  • Wilhelmina american bank note comp 25 gld 1943.jpg
  • Wilhelmina bevrijdingstientje 1970.jpg
  • Wilhelmina cent 1948.jpg
  • Wilhelmina gulden 1929.jpg
  • Wilhelmina halve gulden 1910 hermelijnen mantel.jpg
  • Wilhelmina muntbiljetten.jpg
  • Wilhelmina rijksdaalder 1898.jpg
  • Wilhelmina rijksdaalder 1940.jpg
  • Wilhelmina struycken 50 gld 1990 100 jr vorstinnen.jpg
  • Wilhelmina tienduldens vier types.jpg
  • Wilhelmina tientje 1897 hangend haar.jpg