Ga naar: navigatie, zoeken

Wettig betaalmiddel

wettig betaalmiddel, geld waarmee men op grond van wettelijke bepalingen rechtsgeldig kan betalen. Oorspronkelijk werd hiermee alleen chartaal geld bedoeld, nl. munten (standaard- en tekenmunt tot ieder bedrag, pasmunt slechts tot een beperkt bedrag) en papiergeld (assignaten (assignaat), recepissen en muntbiljetten e.d.). De bankbiljetten van de Nationale Bank van België verwierven in 1873 de status van wettig betaalmiddel voor België, die van De Nederlandsche Bank in 1904 voor Nederland.

Daarmee kregen deze biljetten een publiekrechtelijk karakter, terwijl zij voordien een privaatrechtelijk karakter bezaten of – voor zover zij algemeen aanvaard waren doordat de staat ze eveneens in betaling aannam - hooguit een semi-publiekrechtelijk karakter. Uitbreiding van de Belgische-Luxemburgse Economische Unie (BLEU) in mei 1935 gaf de Belgische bankbiljetten ook in Luxemburg wettelijke betaalkracht.

Na de Tweede Wereldoorlog werden girale betalingen zo gebruikelijk en algemeen aanvaard dat ook het giraal geld sinds het laatste decennium van de 20e eeuw in bepaalde gevallen als wettig betaalmiddel wordt aangemerkt.

G.

Lit.:

Heijder, A., en A.G. Lubbers, Juridische aspecten van het Nederlandse bankbiljet, in: Fase, M.M.G., e.a., red., Het Nederlandse bankbiljet in zijn verscheidenheid, Deventer 1986.