Ga naar: navigatie, zoeken

Waarde

waarde, de grootte van de betekenis die iets heeft als bezit. Voor geld, de meest liquide vorm van bezit, kent men verschillende waarden.

1. De reële waarde van munten wordt bepaald door hun metaalinhoud. Deze zgn. intrinsieke waarde is derhalve afhankelijk van de massa (het gewicht) van de munt en het gehalte van het metaal en wordt verkregen door de metaalinhoud om te rekenen aan de hand van de dagprijs van het metaal. Intrinsieke waarde plus productiekosten, zoals muntloon en sleischat, vormen de kostprijs van de munt. De intrinsieke waarde van munten van onedel metaal en van papiergeld is gering. Daarom noemt men dat fiduciair geld.

2. Tegenover de reële waarde van geld staat de toegekende waarde, de zgn. nominale waarde. Als deze nominale waarde lager is dan de kostprijs van de munt, wordt er met verlies gemunt. Als zij lager is dan de intrinsieke waarde, d.w.z. als de munt ondergewaardeerd wordt, bestaat nog steeds het gevaar dat de munten aan de circulatie worden onttrokken en worden opgepot, omgesmolten of naar het buitenland wegvloeien; wet van Gresham. Wordt onder handhaving van de nominale waarde de intrinsieke waarde verlaagd, dan spreekt men van muntverslechtering of devaluatie; verhoging van de intrinsieke waarde leidt daarentegen tot revaluatie of muntverbetering. Sedert de Renaissance wordt het gebruikelijk de nominale waarde als waardeaanduiding op munten te vermelden.

3. Behalve de reële en de toegekende waarde, die bij wet worden vastgesteld, heeft geld ook een effectieve waarde. Hiermee is de koopkracht bedoeld, de waarde van het geld uitgedrukt in prijzen van goederen en diensten. Deze koopkracht wordt niet bij wet geregeld, maar komt in het vrije handelsverkeer tot stand onder invloed van vraag en aanbod.

4. De waardeverhouding tussen munten (en papiergeld), de relatieve waarde, wordt aangeduid met een speciaal instrument: het tarief of de koers, nl. de waarde waarvoor een munt mocht circuleren (cours ende ganc hebben), uitgedrukt in een andere muntsoort. Men spreekt van valutakoers of wisselkoers als deze verhouding betrekking heeft op een plaatselijke munt ten opzichte van buitenlandse valuta. De koers kan gebaseerd zijn op de werkelijke of intrinsieke waardeverhouding, de zgn. reële koers. Is zij dat niet, dan spreekt men van een gedwongen koers omdat deze circulatiewaarde dwingend bij wet is voorgeschreven.

Als de koers van een munt wordt verhoogd onder handhaving van zijn intrinsieke waarde spreekt men ook van devaluatie. De nominale waarde wordt ten opzichte van koers of tarief wel de wettelijke uitgiftekoers genoemd. Overigens heeft de nominale waarde, in tegenstelling tot de intrinsieke waarde, geen invloed op de wisselkoers of op de koopkracht van de munt.

G.