Ga naar: navigatie, zoeken

Vuurijzer

vuurijzer, (vuurstaal, vuurslag)

1. symbool van het Bourgondische huis, oorspronkelijk door Philips de Goede als persoonlijk embleem ingevoerd. In diens tijd was het vuurijzer een betrekkelijk nieuw instrument om vuur te maken. Daartoe werd een vuurijzer tegen een vuursteen geslagen, waardoor vonken ontstonden. Philips de Goede heeft het vuurijzer om zijn sprekende symboliek gekozen. Tevens sloot het aan bij het persoonlijke symbool van zijn vader Jan zonder Vrees: een schaaf. Deze laatste wilde daarmee aangeven dat hij maar al te graag bereid was de knoestige stok, het persoonlijke embleem van zijn aartsvijand, de Franse koning Lodewijk van Orleans bij te schaven.

Het vuurijzer is van persoonlijk embleem van Philips tot symbool van het Bourgondische huis geworden. Zo bestaat de keten van de Orde van het Gulden Vlies (Gulden Vlies) uit schakels in de vorm van in elkaar gehaakte vuurijzers. Het vuurijzer komt ook veelvuldig in velerlei vorm in de beeldenaar van Bourgondische munten voor. Daarnaast heeft het vuurijzer van Philips de Schone tot Philips II als muntteken van Namen gediend.

2. eigentijdse benaming (Fr, briquet of fusil) voor een in de Bourgondische Nederlanden geslagen zilveren munt. Het vuurijzer is - ter vervanging van de vierlander - tezamen met het dubbele en halve vuurijzer door Karel de Stoute in 1474 ingevoerd. Het halve vuurijzer is alleen onder Karel geslagen en in 1480 onder Maria van Bourgondië vervangen door de groot met de M, die minder dan de helft van het enkele vuurijzer waard was. De aanmunting van dubbele en enkele vuurijzers is onder Maria en Philips de Schone (op naam van de aartshertogen) tot in 1487, met een korte onderbreking in 1485 (mechelaar), voortgezet.

Daarna zijn in de jaren 1489/90 in het tegen Maximiliaan in opstand gekomen Gent op naam van Philips de Schone eigenmachtig vuurijzers geslagen. Vervolgens is het vuurijzer in 1492, ook op naam van Philips de Schone heringevoerd. In 1496 (meerderjarigheid van Philips de Schone) werd het vuurijzer door de stuiver vervangen. Gewicht in 1474: 3,06 g, sinds 1492: 2,88 g, gehalte 0,399. Het vuurijzer ontleent zijn naam aan het op de vz van het dubbele vuurijzer voorkomende vuurijzer. Dit vuurijzer is tussen twee (naar elkaar toegewende) leeuwen geplaatst. Op de vz van het enkele vuurijzer staat één leeuw (zittend, met wapenschild) en op het halve vuurijzer (meestal) een (klimmende) leeuw ten halven lijve. Aldus zijn de denominaties aanschouwelijk gemaakt.

Het vuurijzer is veelvuldig elders in de Nederlanden nagevolgd, onder andere in Utrecht (Utrecht, bisdom), Luik en Friesland en zelfs in het anti-Bourgondische Gelre (Gelderland, landsheerlijke periode). Het vuurijzer wordt wel beschouwd als het begin van monetaire eenheid in alle (Bourgondische en niet-Bourgondische) Nederlanden.

J.S.

Lit:

Kuyk, J. van, Vuurijzers, aanvang van de Nederlandse munteenheid, JMP (1946/7) 79-96.



  • Vuurijzer bourgondische rijksdaalder 1567.jpg
  • Vuurijzer dubbel holland 1485.jpg
  • Vuurijzer dubbel vlaanderen 1475.jpg
  • Vuurijzer friesland.jpg
  • Vuurijzer griffioen.jpg
  • Vuurijzer vlaanderen 1474.jpg