Ga naar: navigatie, zoeken

Uruguay

Uruguay peso fuerte 1844.jpg

Uruguay, republiek in Zuid-Amerika. Het gebied werd gedurende meer dan een eeuw betwist, aanvankelijk door Portugezen en Spanjaarden, later door hun koloniale "dochterlanden" Brazilië en Argentinië. Begin 19e eeuw ontstond er een onafhankelijkheidsbeweging onder José Artigas, die echter door de Portugezen werd verslagen en verdreven, waarna Uruguay 1816 als een provincie bij Brazilië werd ingelijfd. Onder druk van de Britse regering kwam er in 1828 tussen Brazilië en Argentinië een verdrag tot stand waarbij Uruguay als een onafhankelijke republiek werd erkend. Grondwettelijk werd dit in 1830 vastgelegd.

De eigen muntslag begon eerst in 1840 en bestond lange tijd uit koperstukken van 5, 20 en 40 centesimos met een zon op de vz. In 1869 werden volgens hetzelfde type ook koperstukken van 1, 2 en 4 centesimo(s) geslagen. In 1877 werd de muntreeks aangevuld met de peso en onderdelen in zilver met op de vz het staatswapen. In 1870 werden incidenteel goudstukken vervaardigd. In 1961 verscheen de beeltenis van José Artigas op de vz van de zilveren munten en verdween het staatswapen naar de kz. De beeldenaars van de centesimostukken bleven tot 1938 ongewijzigd, hoewel in 1930 ter gelegenheid van 100 jaar onafhankelijkheid een 10 centesimosstuk werd uitgegeven met op vz de personificatie van de Vrijheid. Op de peso-emissie van 1942 is op kz het staatswapen vervangen door een jaguar.

In 1953 werd begonnen met de opbouw van een nieuwe muntreeks. Begonnen werd met de uitgifte van stukken van 1, 2, 5 en 10 centesimo(s) met op de vz Artigas, in 1960 aangevuld met stukken van 35 en 50 centesimos en 1 peso en in 1965 met stukken van 5 en 10 pesos. Als gevolg van de hoge inflatie werden bij de grote munthervorming van 1975 duizend oude pesos gelijkgesteld aan één nieuwe. Over een zestal jaren werd een nieuwe muntreeks opgebouwd, bestaande uit stukken van 1, 2, 5, 10, 20 en 50 centesimo(s) en 1, 5 en 10 nuevo peso(s), waaruit de laagste waarden inmiddels zijn weggevallen. Ook geeft het land verzamelaarsmunten uit.

In de eerste helft van de 18e eeuw circuleerde papiergeld van talrijke particuliere banken en instellingen naast van staatswege door de Junta de Crédito Publico uitgegeven papiergeld. Om in een tekort aan circulerend kleingeld te voorzien werd in 1966 noodgeld uitgegeven in de waarden 1,5, 10, 15 en 20 centesimo(s). Hiertoe werden op groot formaat papier postzegels afgedrukt en van een stempel van de Nationale Rekenkamer voorzien. In 1893 werden de particuliere banken en instellingen gedwongen van verdere papiergelduitgifte af te zien en in 1896 werd de pas opgerichte Banco de la República Oriental belast met de bankbiljettenuitgifte. Tekort aan kleingeld noodzaakte in 1918 tot het in circulatie brengen van niet-uitgegeven pesobiljetten met de opdruk "20 centesimos".

In 1935 werd bij de scheiding van taken van de Banco de la República Oriental de uitgifte van papiergeld exclusief overgedragen aan het Departemento de Emisión, waarvan de naam in 1970 werd gewijzigd in Banco Central del Uruguay. Na de munthervorming van 1975 werden aanvankelijk oude biljetten door middel van een opdruk geherwaardeerd op resp. ½, 1, 5 en 10 peso(s) terwijl tegelijkertijd biljetten van 50 en 100 nuevos pesos werden uitgegeven.

W.

Lit.:

Mata, A. de, Monetano Uruguayano, Montevideo 1954;

Seppa, D., Uruguayan Paper Money, Chicago 1974.