Ga naar: navigatie, zoeken

Syrië

Syrië, republiek in West-Azië. Vanwege de gunstige ligging tussen de cultuurgebieden in het oude Nabije Oosten en de uitermate strategische positie aan de handelsroutes tussen Europa, Azië en Afrika, heeft het gebied vele overweldigers gekend. Numismatisch interessant werd het gebied pas toen het van ca. 550-332 v.Chr. een Perzische satrapie was; satraap. Toen werd er in Syrië weliswaar nog geen geld geslagen, maar circuleerde er al wel Perzisch geld, dat werd aangevuld met geldstukken uit enkele Fenicische steden. Na de dood van Alexander de Grote was het gebied van 323-301 v.Chr. verdeeld onder het Ptolemaeïsche koninkrijk van Egypte en het Rijk der Seleuciden, om vervolgens het kernland van het Seleucidenrijk te worden.

Toen werden er sinds de 2e eeuw v.Chr. veel bronzen munten geslagen, waarvan de onderlinge waardeverhoudingen thans vaak nog onduidelijk zijn. Zilveraanmuntingen (di- en tetradrachmen) waren tot in de Ie eeuw v.Chr. gering. Toen de macht van de Seleuciden begon te tanen, hebben in de Ie eeuw v.Chr. veel stadstaatjes een zekere vorm van autonomie weten te verwerven, waarvan vele munten op eigen naam zijn gaan slaan.

In 83 v.Chr. werd het gebied veroverd door Tigranes van Armenië en bij diens val in 63 v.Chr. lijfde Pompejus het in als Romeinse provincie. Onder de Romeinse keizers bleven aanvankelijk de traditionele muntplaatsen actief; er werden tot in de 3e eeuw voornamelijk tetradrachmen en bronzen munten geslagen. Na de 3e eeuw waren ze niet meer operationeel, uitgezonderd Antiochië, waar sedert eind 2e eeuw regelmatig is gemunt en dat sinds ca. 300 een officiële rijksmunt is geweest waar zowel in goud, zilver als in brons is gemunt.

Bij de splitsing van het Romeinse rijk in 395 kwam Syrië onder Constantinopel (Byzantijnse rijk). In 512 werd de Munt van Antiochië, dat sinds de aardbeving van 528 Theoupolis heet, heropend (munttekens AN, ANTIX, ANTX resp. afkortingen van Theoupolis). Er werden onder meer gouden solidi (solidus) in verschillende gewichtsklassen, koperen folles (ev: follis) en onderdelen van de follis geslagen. De Munt werd gesloten in 610, toen Phocas (602-610) door Heraclius (610-641) aan de kant werd gezet.

Onder Justinianus I en later weer onder Heraclius werden de belangrijkste steden door de Perzen veroverd. In 634 overweldigden de Arabieren het gebied en begon de islamitische periode: in 661 werd Damascus voor een eeuw lang hoofdstad van het rijk der Omajjaden, na 750 was Syrië een provincie van dat rijk. Toen circuleerden er hoofdzakelijk gouden dinars, zilveren dirhams (vanaf 698/9) en koperen fals die aanvankelijk imitaties waren van Byzantijnse folles. Een deel ervan werd in Damascus geslagen.

Gedurende de Kruistochten werden een aantal steden met omliggend gebied (Tyrus, Beyrouth, Tripoli, Antiochië, Edessa) tijdelijk door de christenen veroverd. In de Kruisvaardersstaten vond landsheerlijke muntslag plaats (kruisvaardersmunten). In 1516 werd Syrië veroverd door Selim I, sultan der Osmanen en sindsdien was het een Turkse provincie, uitgezonderd van 1833-1840 toen het onder heerschappij stond van Mehemed Ali, onderkoning van Egypte. Door de Osmanen werd in Damascus gemunt.

In het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog werd het gebied met Arabische hulp door de Britten veroverd. Na die oorlog kwam het in de invloedssfeer van de Fransen die in de kuststreek een voorlopig Frans bewind instelden; in het binnenland kwam een Arabische regering onder emir Faisal, zoon van Sjarif Hoesein van Mekka. Van hem zijn slechts proeven van een gouden dinar AH 1338 bekend. Ongeregeldheden in mei 1945 leidden tot gewapende Britse interventie en de aftocht der Franse troepen. Toen ook de Britten in april 1946 waren vertrokken, was de feitelijke onafhankelijkheid van Syrië een feit.

Onder Frans protectoraat werd in 1919 de Banque de Syrië opgericht die het algehele emissierecht voor Syrië en Libanon kreeg. De munteenheid werd het Syrische pond (lira of livre, afgekort £Syr) = 100 piaster; ISO 4217-code SYP. De Bank begon in 1919 met de uitgifte van bankbiljetten in piasters en in 1920 in livres syriennes volgens het 1-2½-5-systeem. De biljetten voor Syrië zijn te herkennen aan de vermelding van de plaats van uitgifte "DAMAS" (Damascus) en hebben bovendien vaak de opdruk SYRIË.

In 1921 werd een munt van ½ piaster op naam van de Banque de Syrië uitgegeven. In 1925 werd de naam van de bank veranderd in Banque de Syrië et du Grand-Liban, in 1939 in Banque de Syrië et du Liban. In de jaren 1935/36 werd er een ½ piaster uitgegeven op naam van République Syrienne; in de periode 1926-1940 werd een muntenreeks opgebouwd van ½-2½ piaster in onedele metalen en van 5-50 piaster in zilver.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er ongedateerd oorlogsgeld van 1 en 2½ piaster(s) in brons resp. aluminium in omloop gebracht op naam van SYRIË. Voorts heeft de Banque de Syrië et du Liban in 1942 bons de caisse van 5, 50 en 100 livre en in 1949 van 250 en 500 livre in circulatie gegeven. Bovendien heeft de République Syrienne 1942-1944 staatspapiergeld (2½-500 piaster) in omloop gebracht.

In de periode 1944-1958 zijn er koper-nikkelen munten van 2½, 5 en 10 piaster, zilveren munten van 25, 50 piaster en 1 lira en in 1950 goudstukken van ½ en 1 pond (6,759 g, 0,900) in omloop gebracht. In 1951 nam het Institut d'Emission de Syrië de bankbiljettenuitgifte van de Banque de Syrië et du Liban over en bracht aanvankelijk ongedateerde, maar sinds 1955 gedateerde biljetten van 1-100 livre in omloop. Het Institut heet sinds 1956 Banque Centrale de Syrië (later op de biljetten aangeduid als Central Bank of Syria), die sinds 1958 biljetten van 1-500 pond uitgeeft. Na het verkrijgen van de onafhankelijkheid is het land politiek intern sterk verdeeld gebleven en waren er sterke pan-Arabische gevoelens. van 1958-1961 vormde het met Egypte een unie, de Verenigde Arabische Republiek (VAR). Op naam van VAR zijn in 1960 aluminiumbronzen munten van 2½, 5 en 10 piastres geslagen, alsmede zilveren 25 piasters in 1958 en 50 piasters in 1958/59, die slechts enkele jaren standhielden.

Door de voortgaande inflatie verschenen de laatste munten in piasters in 1979 en de laatste munten in ponden in 2003. De circulatie bestaat in 2016 uitsluiten uit biljetten van de Central Bank of Syria, in waarden oplopen tot 1000 pond in 1997 en tot 200 pond in 2009.

W.

Lit.:

Banquis, T., Damas et la Syrië sous la domination fatimide (358-468/969-1076), twee delen, Damascus 1986-1989;

Broome, M., A Handbook of Islamic coins, Londen 1985;

Ghazzal, Z., L'économie politique de Damas durant le XIXe siècle, structures traditionelles et capitalisme, Damascus 1993;

Hennequin, G., Monnaies de I'Islam et du Proche-Orient, Vlle-XXe siècle, Parijs 1988;

Lavoix, H., Monnaies à légende Arabe frappées en Syrie par les Croisés, herdruk Bologna 1983;

idem, Catalogue des monnaies musulmanes de la Bibliothèque Nationale, vol. 3, Egypte et Syrie, herdruk Bologna 1977.


  • Syrie 1 pond 1976 FAO.jpg
  • Syrie 38 72 ae 20 brons zodiak scorpioen.jpg
  • Syrie antiochie aes met muurkroon.jpg
  • Syrie antiochos.jpg
  • Syrie commagene ae 16 brons 38 72 zodiak steenbok.jpg
  • Syrie tetradrachme met apollo.jpg