Ga naar: navigatie, zoeken

Stempelsnijder

stempelsnijder, graveur die de muntstempels vervaardigt. In de Middeleeuwen werd hij ook ijzersnijder genoemd. Al sedert de klassieke Oudheid hebben ook grote kunstenaars gewerkt als stempelsnijder en een enkele maal zijn hun stempels gesigneerd: Euainetos en Kimon. Ook in de Nederlanden hebben kunstenaars als stempelsnijder gewerkt (Wienecke). Meestal waren het echter goede, kunstzinnige ambachtslieden die aan de hand van ontwerpen (soms gedetailleerde van bekende kunstenaars, zoals de portretontwerpen van Cellini en Leoni voor Karel V en Poggini voor Philips II) zelf hun stempels moesten maken, al dan niet met de hulp van ponsoenen. Door dit handwerk was elke muntstempel tot in de 19e eeuw uniek.

Sinds het einde van de 19e eeuw werd het scheppende werk steeds meer door de ontwerper gedaan (ontwerpers) en zorgden de graveurs alleen nog voor de technische realisatie van het ontwerp (Pander, Tasset). Nadat in Nederland in 1982 de muntreeks van Ninaber van Eyben werd ingevoerd, is de verschuiving nog verder gegaan. Het ontwerp komt steeds meer van beeldende kunstenaars, die de kunst van het modelleren niet machtig zijn, het modelé wordt daarom verzorgd door een goede graveur (vaak zelf ook een beeldend kunstenaar; Vis) en de stempelsnijders van het munthuis zorgen alleen nog voor de stempelproductie. Een goed voorbeeld hiervan is het ontwerp van de 50 gulden 1991 ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijk van koningin Beatrix en prins Claus van Amsberg: het ontwerp is van de kunstenaar Willem van Zoetendaal, het daarbij behorende portret van Beatrix is gemodelleerd door Willem Vis en de stempels zijn met behulp van een reduceerbank en freesmachines gemaakt door de medewerkers van 's Rijks Munt.

De stempelsnijders van België, Nederland en Luxemburg zijn onder hun eigen naam opgenomen en onder hun op de munten voorkomende initialen; stempelsnijder-generaal.

Lit.:

Forrer, L., Biographical dictionary of medalists, coin, gem and seal-engravers 500 BC-AD 1900, Londen 1902-1930, herdruk 1965;

Gelder, H.E. van, Muntmeesters en stempelsnijders, JMP (1980) 231-234.