Ga naar: navigatie, zoeken

Praagse groten

Praagse groten, of beemse groschen, groschen die koning Wenzel II van Bohemen (1278-1305) in 1300 invoerde in navolging van de gros tournois, geslagen te Kuttenberg (tegenwoordig Kutna Hora) met een gewicht van ca. 3,7 g. Op de vz de Boheemse koningskroon binnen een dubbel omschrift met vorstennaam en -titel; op de kz de dubbelstaartige en gekroonde Boheemse leeuw in het omschrift GROSSI PRAGENSIS.

Het zilver voor de omvangrijke aanmuntingen werd gewonnen in de Boheemse mijnen. De munt verbreidde zich in geheel Noord-Duitsland en werd door vele steden in o.a. Westfalen, Nedersaksen en Schwaben na stempeling tot de circulatie toegelaten. Sedert 1307 werd hij in Saksen met eigen type (Thüringse leeuw) nagevolgd door Frederik I van Thüringen te Meissen (Meissner groschen), sedert 1328 in Hongarije door Karel I Robert van Napels te Kremnitz en vervolgens in Polen (met een Poolse leeuw) door Kasimir III (1333-1370) te Krakau.

Tijdens Karel IV (1346-1378) verslechterde de Praagse groot en sindsdien werd hij met een steeds verder dalend gewicht aangemaakt tot 1547.

G.

Lit.:

Castelin, K., Grossus Pragensis - Der Prager Groschen und seine Teilstücke 1300-1547, Braunschweig 1973.