Ga naar: navigatie, zoeken

Possiderende vorsten

possiderende vorsten, op de munten van Huissen in het Latijn afgekort tot POSSI PRINCI (bezittende vorsten), aanduiding voor het gemeenschappelijke beheer van de Gulik-Kleefse gebieden door Johan Sigismund van Brandenburg en Wolfgang Wilhelm van de Palts-Neuburg als de potentiële erfgenamen van de kinderloos overleden Johan Willem van Gulik-Kleef (1592-1609). Beide pretendenten werden gesteund door de Staten- Generaal, maar aanvankelijk niet erkend door de Duitse keizer en zijn Habsburgse familieleden in Spanje en de Zuidelijke Nederlanden.

Tijdens de opvolgingsstrijd werd Gulik door Maurits van Nassau ingenomen en kreeg het een Staats garnizoen, evenals later Emmerich en Rees. Door deze steun kon in het tot Gulik-Berg behorende Huissen op naam van de gezamenlijk beherende vorsten aangemunt worden van 1609 tot 1614. Ook werd er op naam van de possiderende vorsten gemunt te Mülheim (Gulik-Berg), Emmerich (Kleef) en Bielefeld (Mark).

Hoewel reeds in 1614 de erfenis gedeeld werd, waarbij Kleef, Mark en Ravensberg naar Brandenburg gingen en Gulik en Berg naar de Palts, duurde het tot 1624 voordat de beide erfgenamen werkelijk in het bezit van de Gulik-Kleefse landen kwamen.