Ga naar: navigatie, zoeken

Ponsoen

ponsoen, vroeger meestal poinçoen genoemd, opwaarts (positief) stempel(tje) waarmee delen van de voorstelling in het muntstempel worden geslagen. Er zijn aanwijzingen dat ponsoenen al in de Oudheid voor de stempelfabricage gebruikt werden, maar te bewijzen is dat niet. Het staat vast dat bij de Karolingische muntslag onder Lodewijk de Vrome, dus voor 840, kleine onderdelen als staafjes, driehoekjes en boogjes met ponsoenen in de stempels werden aangebracht.

In de 16e eeuw, maar waarschijnlijk al eerder, werden ponsoenen gebruikt voor het aanbrengen van hele letters en cijfers van jaartallen, zoals vooral op daalders goed te zien is.

Ponsoenen voor grotere onderdelen zoals bustes, wapenschilden enz. werden al veelvuldig in de 17e eeuw gebruikt, zoals uit vele afbeeldingen in de hieronder genoemde catalogus van Fiala blijkt. Uit 18e eeuwse inventarissen blijkt dat ook in Nederland grotere ponsoenen bestonden, bijvoorbeeld voor de ridder van de gouden dukaten.

In de 19e eeuw werden ponsoenen minder nodig, omdat de dienststempels toen in één keer in hun geheel geperst konden worden. Kleine deelponsoenen werden toen nog slechts gebruikt voor wisselende onderdelen zoals muntmeestertekens, jaartallen enz.

Tegenwoordig wordt de naam ponsoen gebruikt voor de opwaartse (positieve) stempels die als tussenstappen dienen bij de vervaardiging van de productiestempels.

De naam ponsoenering werd vroeger wel gebruikt voor het kloppen van munten. De hierbij gebruikte stempeltjes waren, in tegenstelling tot ponsoenen, bijna altijd inwaarts (negatief) gesneden.

K.

Lit.:

Fiala, E., Katalog der Münzenund Medaillenstempel Sammlung des k.k. Hauptmünzamtes in Wien, 4 delen, 1901-1906.