Ga naar: navigatie, zoeken

Pletmolen

pletmolen, wals voor het op muntdikte brengen van gegoten metaalstroken. Pletmolens werden bij het begin van de mechanisatie in de 16e en 17e eeuw in de muntbedrijven ingevoerd.

De oudst bekende pletmolen werd met waterkracht aangedreven en werd in 1550 in de Monnaie du Moulin in Parijs geïnstalleerd. In Holland en Zeeland werd in 1670-71 besloten tot aanschaf van een pletmolen, aan te drijven door paarden.

De gegoten metaalstrippen of tinnen werden tussen twee walsrollen op de gewenste dikte gebracht. Omdat de maatnauwkeurigheid onvoldoende was, werden de platen daarna door een trekbank gehaald.

In de loop der tijd werd de maatnauwkeurigheid van de walsrollen beter en de frames waar ze in draaiden sterker, zodat de nabewerking met de trekbank kon vervallen. In de 19e eeuw werd op aandrijving door stoom en in de 20e eeuw op elektrische aandrijving overgegaan.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn de walsen uit het muntbedrijf verdwenen omdat op de aankoop van kant-en- klare muntplaatjes (rondelen) werd overgegaan.

K.

Lit.:

Jacobi, H.W., De mechanisatie van het Zeeuwse muntbedrijf in 1671, Archief van het Kon. Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1982.