Ga naar: navigatie, zoeken

Particulier papiergeld

particulier papiergeld, benaming voor alle soorten van waardeopdruk voorziene bonnen, niet zijnde tegoedbonnen, zonderde hoedanigheid van wettig betaalmiddel. Zij worden uitgegeven door personen, instellingen en instanties op momenten dat er geen of onvoldoende normaal in omloop zijnd geld, meestal van lage waarde, voorhanden is. Het papiergeld dat als noodgeld is uitgegeven door gemeenten, is onder de afzonderlijke gemeentenamen beschreven. Het papiergeld van de met het recht van emissie uitgeruste particuliere banken, zoals deze nu nog voorkomen in bijv. Schotland, behoort tot de bankbiljetten.

In de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn zowel in ons land als in België, en met name door grotere bedrijven, geldvervangende middelen uitgegeven ter bestrijding van een gebrek aan kleingeld, dat vooral optrad bij de uitbetaling van lonen.

Voorbeelden van recente uitgiftes zijn de handgeschreven bonnen, in januari 1980 wegens een tekort aan centen in de omloop, uitgegeven door bakkerij Smeets te Meerssen en de rond 1975 in Italië massaal uitgegeven miniassegni.

In Nederlandsch-Indië is particulier papiergeld uitgegeven door de Nederlandsch-Indische Escompto Maatschappij (NIEM). Na de intrekking van de zilverrecepissen in 1858 ontbrak het in de omloop aan papiergeld van lage waarden. Daarop werden door de NIEM gedurende korte tijd biljetten van 2½ en 5 gulden in omloop gebracht.

De Nederlandsche Handel-Maatschappij bracht van 1888 tot in 1908 papiergeld in omloop vanuit Medan, gelegen aan de Oostkust van Sumatra. Dit vanwege het ontbreken van voldoende Nederlands- Indisch geld aldaar. Ook is op diverse plaatsen papieren plantagegeld gebruikt.

Op de geheel op Venezuela georiënteerde benedenwindse eilanden van de Nederlandse Antillen is in 1893 een grote hoeveelheid particulier papiergeld uitgegeven, meestal ongedateerde bonnen in de waarden 25 cent, 50 cent en 1 en 2½ gulden. Nadat Venezuela de invoer van eigen zilvergeld verbood uit vrees voor nagemaakte exemplaren, wilde ook niemand op de Antillen dit geld nog langer aannemen, waardoor er een groot tekort aan acceptabel muntgeld ontstond.

Op Curaçao zijn uitgiften gedaan door onder andere Maduro & Sons, Rivas Fensohn & Co, Meijer & Araujo, Jones & Borchert, W.P. Maal, Henriquez & Co, en de Spaar- en Beleenbank.

Op Aruba heeft de Phosphaat Maatschappij Aruba omstreeks 1882 papiergeld uitgegeven; in 1893 verscheen een emissie van de firma Eman & Co. Op Bonaire was het de firma Hellmund die in 1893 met een uitgifte kwam.

Door de invoering van de nieuwe muntwet op 1 augustus 1901, waarbij de Curaçaose gulden werd vervangen door de Nederlandse gulden, kwam er een einde aan de circulatie van alle emissies particulier papiergeld.

Ed v.G.

Lit.:

Gelder, E. van, Het papiergeld van Aruba, Billeta Belgica (1986) 2;

idem, Het particulier papiergeld van Ned.-Indië, Muntkoerier (1987) nr. 3, blz.4-6;

Soest, J. van, Trustee of the Netherlands Antilles, Zutphen 1978.